|
|
WIELEN, BANDEN
13
– Beschermkap verwijderen.
- Bandenspanning controleren als de banden koud zijn.
Bandenspanning terrein
voor
1,0 bar
achter
1,0 bar
» Als de bandenspanning niet met de voorgeschreven
waarde overeenkomt:
400695-01
- Bandenspanning corrigeren.
- Beschermkap monteren.
13.7
Spaakspanning controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verkeerd gespannen spaken beïnvloeden het rijgedrag nadelig en leiden tot
gevolgschade.
Als de spaken te vast zijn gespannen, barsten de spaken door overbelasting. Als de spaken te los zijn
gespannen, ontstaat een zij- of hoogteslag in het wiel. Hierdoor komen andere spaken ook los te zit-
ten.
- Controleer de spaakspanning regelmatig, in het bijzonder bij een nieuw voertuig. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Kort met het handvat van een schroevendraaier op elke
spaak slaan.
Info
De toonfrequentie is afhankelijk van de spaaklengte en
van de spaakdiameter.
Wanneer er verschillende toonfrequenties hoorbaar
zijn bij spaken met gelijke lengte en dikte, duidt dat op
verschillende spaakspanningen.
400694-01
De toon moet helder zijn.
» Wanneer de spaakspanning verschillend is:
- Spaakspanning corrigeren.
- Aanhaalmoment van de spaken controleren.
Voorgeschreven waarde
Spaaknippel voor-
M4,5
6 Nm
wiel
Spaaknippel achter-
M4,5
6 Nm
wiel
Momentsleutelset (58429094000)
101
14
ELEKTRONICA
14.1
12V-accu demonteren
Voorzichtig
Gevaar voor verbranding De spanningsregelaar wordt tijdens bedrijf van het voertuig heet.
- Laat de spanningsregelaar afkoelen, alvorens met de werkzaamheden te beginnen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu
12V-accu’s bevatten voor het milieu schadelijke stoffen.
– Gooi 12V-accu’s niet bij het huishoudelijk afval.
- Geef 12V-accu’s af bij een verzamelpunt voor oude accu’s.
Voorwerk
- Zadel verwijderen. ( pag. 62)
Hoofdwerk
- Minkabel 1 van de 12V-accu loskoppelen.
- Pluspoolafdekking 2 naar achteren trekken en
pluskabel 3 van de 12V-accu loskoppelen.
F03729-10
- Schroef 4 verwijderen.
- Motorbesturingsunit 5 van de houder trekken en opzij han-
gen.
F03730-10
- Accuhouderbeugel 6 naar boven trekken en 12V-accu naar
achteren verwijderen.
Info
Op de kabelstreng letten.
F03731-10
102
ELEKTRONICA
14
14.2
12V-accu monteren
Hoofdwerk
- Accuhouderbeugel 1 omhoog trekken, 12V-accu met de
polen omhoog in het accuvak plaatsen en met de accuhou-
derbeugel 1 vastzetten.
12V-accu (HJTZ5S-FP-C) ( pag. 135)
Info
Erop letten dat de kabel correct wordt gelegd.
F03731-11
- Schroef 2 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M6
10 Nm
ven chassis
- Motorbesturingsunit 3 aan de houder bevestigen.
F03730-11
- Pluskabel 4 met de 12V-accu verbinden.
Voorgeschreven waarde
Schroef accupool
M5
2,5 Nm
– Minkabel 5 met de 12V-accu verbinden.
Voorgeschreven waarde
Schroef accupool
M5
2,5 Nm
De contactringen A moeten onder de schroeven 6 en
de kabelschoenen 7 met de klauwen naar de accupool
worden gemonteerd.
- Pluspoolafdekking 8 over pluspool schuiven.
F03732-10
Nawerk
- Zadel monteren. ( pag. 62)
103
14
ELEKTRONICA
14.3
12V-accu laden
Waarschuwing
Gevaar voor letsel
12V-accu’s bevatten schadelijke stoffen.
– Bewaar 12V-accu’s buiten het bereik van kinderen.
- Houd vonken of open vuur uit de buurt van 12V-accu’s.
- Laad 12V-accu’s uitsluitend op in goed geventileerde ruimtes.
- Houd een minimale afstand tot ontvlambare stoffen als u 12V-accu’s oplaadt.
Minimale afstand
1m
– Laad volledig lege 12V-accu’s niet op als de minimumspanning al is onderschreden.
Minimumspanning voor laden
9V
– Voer 12V-accu’s volgens de voorschriften af, als de minimumspanning werd onderschreden.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu
12V-accu’s bevatten voor het milieu schadelijke stoffen.
– Gooi 12V-accu’s niet bij het huishoudelijk afval.
- Geef 12V-accu’s af bij een verzamelpunt voor oude accu’s.
Info
Ook als de 12V-accu niet wordt belast verliest hij dagelijks aan lading.
De laadtoestand en de wijze van laden zijn erg belangrijk voor de levensduur van de 12V-accu.
Snel laden met een hogere laadstroom heeft een negatief effect op de levensduur.
Als laadstroom, laadspanning of laadtijd worden overschreden, dan vernielt dit de 12V-accu.
Als de 12V-accu leeg is gestart, de 12V-accu meteen opladen.
Bij langere stilstand in lege toestand treden er diepteontlading en capaciteitsverlies op, waardoor de
12V-accu wordt vernield.
De 12V-accu is onderhoudsvrij.
Voorwerk
- Zadel verwijderen. ( pag. 62)
-
12V-accu demonteren.
(
pag. 102)
Hoofdwerk
- Accuspanning controleren.
» Accuspanning: < 9 V
-
12V-accu niet opladen.
–
12V-accu vervangen en oude 12V-accu op de juiste
manier afvoeren.
» Als de voorgeschreven waarde is bereikt:
Accuspanning: ≥ 9 V
F01568-10
- Acculader met 12V-accu verbinden. Acculader
inschakelen.
104
ELEKTRONICA
14
Voorgeschreven waarde
Laadstroom, laadspanning en laadtijd mogen niet
worden overschreden.
Maximale laadspanning
14,4 V
Maximale laadstroom
3,0 A
Maximale laadduur
24 h
12V-accu regelmatig bij-
6 maanden
laden als de motorfiets
niet wordt gebruikt
Acculader (EU) (26529974000)
Alternatief 1
Acculader (US) (26529974500)
Deze laders testen of de 12V-accu de spanning vast-
houdt. Bovendien kan met deze laders de 12V-accu
niet worden overladen. De oplaadtijd kan bij lage tem-
peraturen langer zijn.
Deze laders zijn uitsluitend voor LFP-accu's bedoeld.
Meegeleverde handleiding voor Husqvarna Motorcy-
cles-toebehoren in acht nemen.
Info
Deksel 1 nooit verwijderen.
- Acculader na het laden uitschakelen en van de 12V-accu los-
koppelen.
Nawerk
-
12V-accu monteren.
(
pag. 103)
– Zadel monteren. ( pag. 62)
14.4
Hoofdzekering vervangen
Waarschuwing
Gevaar voor brand Verkeerde zekeringen overbelasten de elektrische installatie.
- Gebruik alleen zekeringen met de voorgeschreven ampère-waarde.
- Overbrug of repareer geen zekeringen.
Voorzichtig
Gevaar voor verbranding De spanningsregelaar wordt tijdens bedrijf van het voertuig heet.
- Laat de spanningsregelaar afkoelen, alvorens met de werkzaamheden te beginnen.
Info
Met de hoofdzekering worden alle elektrische verbruikers van het voertuig gezekerd. Deze bevindt zich
in het startrelaishuis onder het zadel.
Voorwerk
- Zadel verwijderen. ( pag. 62)
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
- Brandstoftank demonteren.
(
pag. 69)
105
14
ELEKTRONICA
Hoofdwerk
- Startrelais 1 uit houder trekken.
F03751-10
- Beschermkappen 2 verwijderen.
- Defecte hoofdzekering 3 verwijderen.
Info
Een defecte zekering heeft een gebroken
smeltdraad A.
In het startrelais bevindt zich een reservezekering 4.
- Nieuwe hoofdzekering plaatsen.
Zekering (58011109110) ( pag. 135)
- Werking van de elektrische installatie controleren.
Tip
Nieuwe reservezekering in het zekeringenblok plaat-
sen, zodat u er een bij u heeft als het nodig is.
- Beschermkappen erop steken.
- Startrelais op de houder steken en kabels leggen.
F03752-10
Nawerk
- Brandstoftank monteren.
(
pag. 71)
– Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
- Zadel monteren. ( pag. 62)
14.5
Zekering van de brandstofpomp vervangen
Waarschuwing
Gevaar voor brand Verkeerde zekeringen overbelasten de elektrische installatie.
- Gebruik alleen zekeringen met de voorgeschreven ampère-waarde.
- Overbrug of repareer geen zekeringen.
Voorzichtig
Gevaar voor verbranding De spanningsregelaar wordt tijdens bedrijf van het voertuig heet.
- Laat de spanningsregelaar afkoelen, alvorens met de werkzaamheden te beginnen.
Info
Met de zekering van de brandstofpomp wordt de brandstofpomp beveiligd. Deze bevindt zich onder het
zadel.
106
ELEKTRONICA
14
Voorwerk
- Zadel verwijderen. ( pag. 62)
Hoofdwerk
- Beschermkap 1 verwijderen.
- Defecte zekering 2 verwijderen.
Info
Een defecte zekering heeft een gebroken
smeltdraad A.
- Nieuwe zekering voor de brandstofpomp plaatsen.
Zekering (58011109105) ( pag. 135)
- Werking van de elektrische installatie controleren.
- Beschermkap weer erop steken.
F03753-10
Nawerk
- Zadel monteren. ( pag. 62)
14.6
Diagnosestekker
De diagnosestekker 1 bevindt zicht onder het zadel.
Info
Zodra de diagnosetool is aangesloten, loopt de bedrijfsu-
renteller.
Voor langere diagnosesessies de bedrijfsurenteller achter
het startnummerbord loskoppelen.
A01108-10
107
15
KOELSYSTEEM
15.1
Koelsysteem
Door de waterpomp 1 in de motor vindt er een gedwongen cir-
culatie van het koelmiddel plaats.
De druk die bij verwarming in het koelsysteem ontstaat wordt
geregeld door een klep in de radiateurdop 2. Daardoor is de
aangegeven koelmiddeltemperatuur toegestaan zonder dat er
met functiestoringen rekening moet worden gehouden.
120 °C
De koeling vindt plaats via de rijwind.
F03740-10
Hoe lager de snelheid, hoe lager de koelwerking. Ook vervuilde
koelribben verlagen de koelwerking.
15.2
Antivries en koelmiddelpeil controleren
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets heet en staat onder druk.
- Open noch de radiateur, de radiateurkoelslangen noch andere componenten van het koelsysteem,
als de motor of het koelsysteem bedrijfswarm zijn.
- Laat het koelsysteem en de motor afkoelen, alvorens de koeler, de koelerslangen of andere compo-
nenten van het koelsysteem te openen.
- Houd bij verbranding het desbetreffende deel onmiddellijk onder lauwwarm water.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is gevaarlijk voor de gezondheid.
-
Bewaar koelvloeistof buiten het bereik van kinderen.
–
Voorkom contact van koelvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
–
Raadpleeg onmiddellijk een arts, als koelvloeistof werd ingeslikt.
–
Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
–
Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
koelvloeistof in de ogen is gekomen.
-
Wissel uw kleding, als er koelvloeistof op is gekomen.
Voorwaarden
Motor is koud.
- Motorfiets rechtop zetten op een horizontaal oppervlak.
- Radiateurdop verwijderen.
- Antivries van het koelmiddel controleren.
−25 … −45 °C
» Als de antivries van het koelmiddel niet overeenkomt met
de voorgeschreven waarde:
- Antivries van het koelmiddel corrigeren.
- Koelmiddelpeil in de radiateur controleren.
400243-10
10 mm
Koelmiddelpeil A boven
de radiateurlamellen
» Als het koelmiddelpeil niet overeenkomt met de voorge-
schreven waarde:
- Koelmiddelpeil corrigeren.
Koelmiddel ( pag. 141)
108
KOELSYSTEEM
15
– Radiateurdop monteren.
15.3
Koelmiddelpeil controleren
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets heet en staat onder druk.
- Open noch de radiateur, de radiateurkoelslangen noch andere componenten van het koelsysteem,
als de motor of het koelsysteem bedrijfswarm zijn.
- Laat het koelsysteem en de motor afkoelen, alvorens de koeler, de koelerslangen of andere compo-
nenten van het koelsysteem te openen.
- Houd bij verbranding het desbetreffende deel onmiddellijk onder lauwwarm water.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar koelvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Voorkom contact van koelvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als koelvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
koelvloeistof in de ogen is gekomen.
- Wissel uw kleding, als er koelvloeistof op is gekomen.
Voorwaarden
Motor is koud.
- Motorfiets rechtop zetten op een horizontaal oppervlak.
- Radiateurdop verwijderen.
- Koelmiddelpeil in de radiateur controleren.
10 mm
Koelmiddelpeil A boven
de radiateurlamellen
» Als het koelmiddelpeil niet overeenkomt met de voorge-
schreven waarde:
- Koelmiddelpeil corrigeren.
400243-10
Koelmiddel ( pag. 141)
- Radiateurdop monteren.
15.4
Koelmiddel aftappen
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets heet en staat onder druk.
- Open noch de radiateur, de radiateurkoelslangen noch andere componenten van het koelsysteem,
als de motor of het koelsysteem bedrijfswarm zijn.
- Laat het koelsysteem en de motor afkoelen, alvorens de koeler, de koelerslangen of andere compo-
nenten van het koelsysteem te openen.
- Houd bij verbranding het desbetreffende deel onmiddellijk onder lauwwarm water.
109
15
KOELSYSTEEM
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar koelvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Voorkom contact van koelvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als koelvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
koelvloeistof in de ogen is gekomen.
- Wissel uw kleding, als er koelvloeistof op is gekomen.
Voorwaarden
Motor is koud.
- Motorfiets rechtop zetten.
- Geschikt reservoir onder de waterpompdeksel plaatsen.
- Schroef 1 verwijderen. Radiateurdop 2 verwijderen.
- Koelmiddel volledig laten uitlopen.
- Schroef 1 met nieuwe pakkingring monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef waterpomp-
M6x25
10 Nm
F03740-10
deksel
15.5
Koelmiddel vullen
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar koelvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Voorkom contact van koelvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als koelvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
koelvloeistof in de ogen is gekomen.
- Wissel uw kleding, als er koelvloeistof op is gekomen.
- Controleren of schroef 1 vastgedraaid is.
- Motorfiets rechtop zetten.
- Koelmiddel tot maat A boven de radiateurlamellen bijvullen.
Voorgeschreven waarde
10 mm
Maat A boven de radia-
teurlamellen
Koelmiddel ( pag. 141)
F03741-10
- Radiateurdop monteren.
- Korte proefrit maken.
- Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 109)
110
KOELSYSTEEM
15
15.6
Koelmiddel verversen
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets heet en staat onder druk.
- Open noch de radiateur, de radiateurkoelslangen noch andere componenten van het koelsysteem,
als de motor of het koelsysteem bedrijfswarm zijn.
- Laat het koelsysteem en de motor afkoelen, alvorens de koeler, de koelerslangen of andere compo-
nenten van het koelsysteem te openen.
- Houd bij verbranding het desbetreffende deel onmiddellijk onder lauwwarm water.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar koelvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Voorkom contact van koelvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als koelvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
koelvloeistof in de ogen is gekomen.
- Wissel uw kleding, als er koelvloeistof op is gekomen.
Voorwaarden
Motor is koud.
- Motorfiets rechtop zetten.
- Geschikt reservoir onder de waterpompdeksel plaatsen.
- Schroef 1 verwijderen. Radiateurdop 2 verwijderen.
- Koelmiddel volledig laten uitlopen.
F03740-10
- Schroef 1 met nieuwe pakkingring monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef waterpomp-
M6
10 Nm
deksel
- Koelmiddel tot maat A boven de radiateurlamellen bijvullen.
Voorgeschreven waarde
Maat A boven de radia-
10 mm
F03741-10
teurlamellen
Koelmiddel
0,90 l
Koelmiddel
(
pag. 141)
– Radiateurdop monteren.
- Korte proefrit maken.
- Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 109)
111
16
MOTOR AFSTELLEN
16.1
Speling gaskabel controleren
-
Controleren of de gashendel soepel beweegt.
–
Stuur in de rechtuitstand zetten. Gashendel licht heen en
weer bewegen en de speling gaskabel A bepalen.
Speling gaskabel
3 … 5 mm
» Als de speling gaskabel niet overeenkomt met de voorge-
schreven waarde:
- Speling gaskabel instellen.
(
pag. 112)
–
Koude-startknop tot de aanslag indrukken.
400192-11
Als de gashendel naar voren wordt gedraaid, springt de
koude-startknop terug in de uitgangspositie.
» Als de koude-startknop niet in de uitgangspositie terug-
springt:
- Speling gaskabel instellen.
(
pag. 112)
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig
en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg
hebben.
- Zorg bij gebruik van de motor steeds voor vol-
doende ventilatie.
- Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de
motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
-
Motor starten en met stationair toerental laten draaien. Stuur
over het gehele stuurbereik heen en weer bewegen.
Het stationair toerental mag niet veranderen.
» Wanneer het stationaire toerental verandert:
- Speling gaskabel instellen.
(
pag. 112)
16.2
Speling gaskabel instellen
Info
Als de gasbowdenkabels correct zijn gelegd, hoeft de brandstoftank niet te worden gedemonteerd.
Voorwerk
- Zadel verwijderen. ( pag. 62)
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
- Brandstoftank demonteren.
(
pag. 69)
– Controleren of gaskabel correct is gelegd. ( pag. 77)
112
MOTOR AFSTELLEN
16
Hoofdwerk
- Stuur in de rechtuitstand zetten.
- Manchet 1 terugschuiven.
- Moer 2 losdraaien.
- Stelschroef 3 helemaal indraaien.
- Moer 4 losdraaien.
- Koude-startknop 6 tot aan de aanslag indrukken.
- Stelschroef 5 zo draaien dat de koude-startknop terug
naar de uitgangspositie beweegt wanneer de gashendel naar
voren wordt gedraaid.
- Moer 4 vastdraaien.
- Stelschroef 3 zo draaien, dat bij de gashendel speling gas-
kabel aanwezig is.
Voorgeschreven waarde
Speling gaskabel
3 … 5 mm
– Moer 2 vastdraaien.
A01080-10
- Manchet 1 erop schuiven.
- Controleren of de gashendel soepel beweegt.
Nawerk
- Speling gaskabel controleren. ( pag. 112)
- Brandstoftank monteren.
(
pag. 71)
– Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
- Zadel monteren. ( pag. 62)
16.3
Eigenschappen van de gasrespons instellen
Info
Op de gashendel kunnen de eigenschappen van de gasrespons door de vervanging van de gaskabel-
schijf worden veranderd.
Een gaskabelschijf met een andere karakteristiek is inbegrepen.
Hoofdwerk
- Manchet 1 terugschuiven.
- Schroeven 2 en halve schalen 3 verwijderen.
- Gaskabels losmaken en handgreep verwijderen.
F03743-10
113
16
MOTOR AFSTELLEN
- Gaskabelschijf 4 van de handgreep 5 verwijderen.
- Gewenste gaskabelschijf op de handgreep positioneren.
Voorgeschreven waarde
De aanduiding OUTSIDE moet zichtbaar zijn. De marke-
ring A moet bij de markering B gepositioneerd zijn.
Gaskabelschijf zwart (A46002014000)
Alternatief 1
Gaskabelschijf grijs (A48002014000)
Info
De grijze gaskabelschijf opent de smoorklep lang-
zaam.
De grijze gaskabelschijf opent de smoorklep snel.
F03780-10
- Stuur aan buitenzijde en handgreep aan binnenzijde reinigen.
Handgreep op het stuur schuiven.
- Gaskabels in de gaskabelschijf bevestigen en op hun plaats
brengen.
F03744-10
- Halve schalen 3 positioneren, schroeven 2 monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef gashendel
M6
5 Nm
– Manchet 1 erop schuiven en gashendel controleren op soe-
pele werking.
V01537-10
Nawerk
- Speling gaskabel controleren. ( pag. 112)
114
MOTOR AFSTELLEN
16
16.4
Mapping wijzigen
Info
De gewenste motorkarakteristiek kan via de combinatieschakelaar worden geactiveerd.
De laatst geselecteerde instelling is na opnieuw starten weer actief.
Bovendien kan in elke mapping de tractiecontrole worden geactiveerd.
De Mapping kan ook tijdens rijden worden gewijzigd.
STANDARD Mapping activeren:
- Knop 1 indrukken.
Voorgeschreven waarde
Motortoerental
< 4.000 1/min
Controlelampje A brandt.
STANDARD - gecompenseerde respons
Info
F03762-10
Met de TC-knop 3 kan de tractiecontrole
aanvul-
lend worden geactiveerd.
ADVANCED Mapping activeren:
- Knop 2 indrukken.
Voorgeschreven waarde
Motortoerental
< 4.000 1/min
Controlelampje B brandt.
ADVANCED - directe respons
Info
F03763-10
Met de TC-knop 3 kan de tractiecontrole
aanvul-
lend worden geactiveerd.
16.5
stationair toerental instellen
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot
gevolg hebben.
- Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.
- Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen De motor kan bij een te laag stationair toerental plotseling uitvallen.
- Stel het stationair toerental op de aangegeven waarde in. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
115
16
MOTOR AFSTELLEN
- Motor warmrijden.
Koude-startknop gedeactiveerd - Koude-startknop staat
in de uitgangspositie. ( pag. 18)
- Door draaien van de regelschroef voor het stationaire toeren-
tal 1 het stationaire toerental met behulp van een toerentel-
ler instellen.
Voorgeschreven waarde
Stationair toerental
2.250 … 2.350 1/min
Info
Draaien tegen de klok in verlaagt het stationaire toe-
rental.
Draaien met de klok mee verhoogt het stationaire toe-
rental.
A01063-10
16.6
Smoorkleppositie programmeren
Info
Als de besturingsunit herkent dat de smoorkleppositie bij stationair toerental opnieuw moet worden
geprogrammeerd, knippert het controlelampje storing 2x per seconde.
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig
en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg
hebben.
- Zorg bij gebruik van de motor steeds voor vol-
doende ventilatie.
- Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de
motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
- Voertuig met stationair toerental laten draaien.
Het controlelampje storing knippert niet meer zodra het
programmeren is afgesloten.
Info
Als de motor te warm wordt, een afkoelrit bij gemid-
deld toerental maken.
De motor vervolgens niet uitschakelen, maar stationair
verder laten draaien tot het programmeren afgesloten
H02263-10
is.
116
MOTOR AFSTELLEN
16
16.7
Uitgangspositie versnellingshendel controleren
Info
De versnellingshendel mag bij het rijden in de uitgangspositie niet tegen de laars liggen.
Als de versnellingshendel steeds tegen de laars ligt, wordt de aandrijving te veel belast en kunnen sto-
ringen van de quickshifter optreden.
- In de rijpositie op het voertuig gaan zitten en de afstand A
tussen de bovenkant van de laars en de versnellingshendel
meten.
Afstand versnellingshendel
10 … 20 mm
tot bovenkant laars
» Als de afstand niet overeenkomt met de voorgeschreven
waarde:
- Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen.
400692-10
(
pag. 117)
16.8
Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen
- Schroef 1 met ringen verwijderen en versnellingshendel 2
eraf halen.
401950-12
- Vertanding A van versnellingshendel en schakelas reinigen.
- Versnellingshendel in de gewenste positie op de schakelas
steken en de tanden laten grijpen.
Info
Het instelbereik is beperkt.
De versnellingshendel mag bij het schakelen de voer-
tuigcomponenten niet raken.
401951-10
- Schroef 1 met ringen monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef ver-
M6
14 Nm
snellingshendel
Loctite®243™
117
17
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
17.1
Brandstofzeef vervangen
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
- Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
- Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
- Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
- Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
- Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
- Adem geen brandstofdampen in.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
- Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
- Snelsluitkoppeling 1 grondig met perslucht reinigen.
Info
Er mag in geen geval vuil in de brandstofleiding
terechtkomen. Binnengedrongen vuil verstopt de
inspuitklep!
- Snelsluitkoppeling loskoppelen.
Info
Uit de brandstofslang kan nog wat resterende brand-
stof stromen.
- Brandstofzeef 2 uit het aansluitstuk trekken.
- Nieuwe brandstofzeef tot de aanslag in het aansluitstuk
schuiven.
- Siliconenspray op een pluisvrije doek sproeien en keerring
van de snelsluitkoppeling licht smeren.
Siliconenspray ( pag. 143)
F03737-10
- Snelsluitkoppeling 1 in elkaar steken.
118
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR 17
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig
en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg
hebben.
- Zorg bij gebruik van de motor steeds voor vol-
doende ventilatie.
- Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de
motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
- Motor starten en respons controleren.
17.2
Motoroliepeil controleren
Info
Het motoroliepeil kan worden gecontroleerd bij een koude en warme motor.
Voorwerk
- Motorfiets rechtop zetten op een horizontaal oppervlak.
Voorwaarde
Motor is koud.
- Motoroliepeil controleren.
De motorolie komt tot het midden van het kijkglas A.
» Als de motorolie niet tot het midden van het kijkglas
komt:
- Motorolie bijvullen. ( pag. 122)
Voorwaarde
A01079-10
Motor is warm.
- Motoroliepeil controleren.
Info
Na het afzetten van de motor eerst een minuut
wachten en dan pas controleren.
De motorolie staat tussen het midden A en de boven-
kant B van het kijkglas.
» Als de motorolie niet tot het midden van het
kijkglas A komt:
- Motorolie bijvullen. ( pag. 122)
119
17
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
17.3
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef reinigen
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Motor- en cardanolie wordt tijdens bedrijf van de motorfiets heet.
- Draag geschikte beschermende kleding en een veiligheidshandschoenen.
- Houd bij verbranding het desbetreffende deel onmiddellijk onder lauwwarm water.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Info
De motorolie bij een warme motor aftappen.
Voorwerk
- Motorfiets op horizontaal oppervlak zetten.
Hoofdwerk
- Geschikt reservoir onder de motor plaatsen.
- Olieaftapschroef 1 met magneet en afdichtring verwijderen.
Info
Schroeven 2 niet verwijderen.
H04991-10
- Sluitschroef 3 met oliezeef 4 en keerring verwijderen.
- Motorolie volledig laten uitlopen.
- Onderdelen en afdichtvlakken grondig reinigen.
H04992-10
- Oliezeef 4 met keerringen op een pijpsleutel positioneren.
- Pijpsleutel door de boring van de sluitschroef in de tegen-
overliggende motorhuishelft positioneren.
- Oliezeef tot de aanslag in het motorhuis schuiven.
H04993-10
120
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR 17
- Sluitschroef 3 met keerring monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Sluitschroef oliezeef
M20x1,5
15 Nm
– Olieaftapschroef 1 met magneet en nieuwe afdichtring
monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Olieaftapschroef met
M12x1,5
20 Nm
magneet
H04994-10
- Schroeven 5 verwijderen. Oliefilterdeksel met keerring ver-
wijderen.
H04995-10
- Oliefilter 6 uit het oliefilterhuis trekken.
Seegerringtang (51012011000)
- Motorolie volledig laten uitlopen.
- Onderdelen en afdichtvlakken grondig reinigen.
H04996-10
- Motorfiets op zijkant leggen en oliefilterhuis ongeveer ⅓ vul-
len met motorolie.
- Oliefilter met motorolie vullen en oliefilter in het huis positio-
neren.
- Keerring van het oliefilterdeksel insmeren met olie en met
oliefilterdeksel 7 monteren.
- Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
H04997-10
Schroef oliefilterdek-
M6
10 Nm
sel
- Motorfiets opstellen.
- Olievulschroef 8 met keerring verwijderen en motorolie bij-
vullen.
Motorolie
1,0 l
Motorolie (SAE
10W/50)
(
pag. 141)
Info
Te weinig motorolie of olie van onvoldoende kwaliteit
leidt tot voortijdige slijtage van de motor.
401955-12
- Olievulschroef met keerring monteren en vastdraaien.
121
17
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig
en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg
hebben.
- Zorg bij gebruik van de motor steeds voor vol-
doende ventilatie.
- Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de
motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
- Motor starten en controleren op lekkage.
Nawerk
- Motoroliepeil controleren. ( pag. 119)
17.4
Motorolie bijvullen
Info
Te weinig motorolie of olie van onvoldoende kwaliteit leidt tot voortijdige slijtage van de motor.
Hoofdwerk
- Olievulschroef 1 met keerring verwijderen.
- Dezelfde motorolie bijvullen, die ook bij de motorolieverver-
sing is gebruikt.
Motorolie (SAE 10W/50) ( pag. 141)
Info
Het mengen van verschillende soorten motorolie
401955-10
wordt afgeraden omdat de motorolie dan niet de volle
werking bereikt.
Husqvarna Motorcycles adviseert de motorolie te ver-
versen als dat nodig is.
- Olievulschroef met keerring monteren en vastdraaien.
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig
en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg
hebben.
- Zorg bij gebruik van de motor steeds voor vol-
doende ventilatie.
- Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de
motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
- Motor starten en controleren op lekkage.
Nawerk
- Motoroliepeil controleren. ( pag. 119)
122
REINIGING, ONDERHOUD
18
18.1
Motorfiets reinigen
Aanwijzing
Materiaalschade Door verkeerd gebruik van een hogedrukreiniger worden componenten beschadigd of
onbruikbaar.
Het water dringt door de hoge druk in de elektrische componenten, stekkers, bowdenkabels, lagers etc.
Te hoge druk veroorzaakt storingen en maakt componenten onbruikbaar.
-
Richt de waterstraal niet direct op elektrische componenten, stekkers, bowenkabels of lagers.
–
Een minimale afstand tussen de sproeier van de hogedrukreiniger en de component aanhouden.
Minimale afstand
60 cm
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Info
Reinig de motorfiets regelmatig, zo blijven de waarde en het uiterlijk gedurende langere tijd behouden.
Directe zonnestralen op de motorfiets tijdens het reinigen vermijden.
-
Uitlaatsysteem afsluiten om het indringen van water te voor-
komen.
-
Grove vervuiling eerst met een zachte waterstraal verwijde-
ren.
-
Sterk vervuilde plekken met een normale, in de handel ver-
krijgbare motorfietsreiniger inspuiten en met een penseel
bewerken.
Motorfietsreiniger ( pag. 143)
401061-01
Info
Warm water met een in de handel verkrijgbare motor-
fietsreiniger en een zachte spons gebruiken.
Motorfietsreiniger nooit op het droge voertuig aan-
brengen, altijd eerst met water afspoelen.
-
Nadat de motorfiets grondig met een zachte waterstraal is
afgespoeld moet hij goed worden gedroogd.
-
Afsluiting van het uitlaatsysteem verwijderen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden
het remsysteem nadelig.
- Rem meerdere keren voorzichtig om de rempla-
ketten en remschijven te drogen en vuil te verwij-
deren.
-
Na de reiniging een kort stuk rijden, totdat de motor de rij-
temperatuur heeft bereikt.
123
18
REINIGING, ONDERHOUD
Info
Door de warmte verdampt het water ook op de niet
toegankelijke plaatsen van de motor en het remsys-
teem.
- Beschermkappen van de stuurarmaturen terugschuiven,
zodat het ingedrongen water kan verdampen.
- Na het afkoelen van de motorfiets alle glij- en lagerpunten
smeren.
- Ketting reinigen. ( pag. 72)
- Blank metalen onderdelen (met uitzondering van de remschij-
ven en het uitlaatsysteem) met antiroestmiddel behandelen.
Conserveringsmiddel voor lakken, metaal en rubber
(
pag. 143)
– Alle kunststof onderdelen en geëloxeerde onderdelen behan-
delen met een mild reinigings- en verzorgingsmiddel.
Speciale reiniger voor glanzende en matte lakken, metaal-
en kunststofvlakken ( pag. 144)
124
STALLING
19
19.1
Stalling
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
- Adem geen brandstofdampen in.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
- Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.
Info
Als u de motorfiets voor langere tijd niet wilt gebruiken, moet u volgende maatregelen nemen of laten
nemen.
Controleer voordat u de motorfiets gaat stallen eerst of alle onderdelen goed werken en niet zijn versle-
ten. Als er servicewerkzaamheden, reparaties of wijzigingen nodig zijn, kunt u dat het beste doen tijdens
de overwintering (minder drukte bij de werkplaatsen). Zo voorkomt u lange wachttijden bij aanvang van
het seizoen.
-
Bij het laatste tanken voor het stallen van de motorfiets,
brandstofadditief bijmengen.
Brandstofadditief ( pag. 143)
-
Brandstof tanken. ( pag. 32)
Tip
De brandstoftank zoals voorgeschreven vullen en
daarbij brandstof met een laag ethanolgehalte gebrui-
401058-01
ken.
-
Motorfiets reinigen. ( pag. 123)
–
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef reini-
gen.
(
pag. 120)
–
Antivries en koelmiddelpeil controleren. ( pag. 108)
–
Bandenspanning controleren. ( pag. 100)
–
12V-accu demonteren.
(
pag. 102)
–
12V-accu opladen.
(
pag. 104)
Voorgeschreven waarde
Optimale laad- en opslag-
10 … 20 °C
temperatuur van de lithium-
ion-accu
-
Voertuig stallen op een droge plaats en niet blootstellen aan
grote temperatuurschommelingen.
Info
Husqvarna Motorcycles adviseert de motorfiets op te
krikken.
-
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
–
Voertuig met een luchtdoorlatend zeil of een deken afdekken.
125
19
STALLING
Info
In geen geval mogen hiervoor luchtdichte materialen
worden gebruikt, omdat er dan geen vocht kan ont-
snappen en er roest ontstaat.
Het is zeer slecht de motor van een gestalde motor-
fiets voor korte tijd te laten draaien. Aangezien de
motor daarbij niet voldoende warm wordt, conden-
seert de waterdamp die bij de verbranding ontstaat en
dit leidt ertoe dat de ventielen en uitlaatsysteem gaan
roesten.
19.2
Inbedrijfname na stalling
-
12V-accu monteren.
(
pag. 103)
– Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
- Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstelling uitvoeren.
(
pag. 26)
– Proefrit maken.
401059-01
126
OPSPOREN VAN FOUTEN 20
Fout
Mogelijke oorzaak
Maatregel
Motor draait bij het indrukken
Bedieningsfouten
-
Werkstappen voor het starten uitvoe-
van de startknop niet door
ren. ( pag. 26)
12V-accu ontladen
-
12V-accu opladen.
(
pag. 104)
–
Laadspanning controleren.
–
Ruststroom controleren.
–
Statorwikkeling van dynamo controle-
ren.
Hoofdzekering gesmolten
-
Hoofdzekering vervangen.
(
pag. 105)
Startrelais defect
-
Startrelais controleren.
Startmotor defect
-
Startmotor controleren.
Motor draait door, maar
Snelsluitkoppeling niet in
-
Snelsluitkoppeling in elkaar steken.
springt niet aan
elkaar gestoken
Brandstofzeef in de snelsluit-
-
Brandstofzeef vervangen.
koppeling verstopt
(
pag. 118)
Stationaire toerental verkeerd
-
Stationair toerental instellen.
ingesteld
(
pag. 115)
Bougie verroest of nat
-
Bougie en bougiedop reinigen en dro-
gen, indien nodig vervangen.
Elektrodenafstand van de bou-
-
Elektrodenafstand instellen.
gie te groot
Voorgeschreven waarde
Elektrodenafstand bougie
1,0 mm
Kortsluitkabel in de kabelboom
-
Kabelboom controleren. (visuele con-
geschuurd, uitschakelknop
trole).
defect
-
Elektrische installatie controleren.
Fout in elektronische brand-
-
Foutgeheugen met
stofinspuiting
Husqvarna Motorcycles-diagnosetool
uitlezen.
Motor start niet
Fout in elektronische brand-
-
Foutgeheugen met
stofinspuiting
Husqvarna Motorcycles-diagnosetool
uitlezen.
Motor heeft te weinig vermo-
Luchtfilter sterk vervuild
-
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
gen
(
pag. 65)
Brandstoffilter sterk vervuild
-
Brandstoffilter vervangen.
Fout in elektronische brand-
-
Foutgeheugen met
stofinspuiting
Husqvarna Motorcycles-diagnosetool
uitlezen.
Uitlaatsysteem lekt, is ver-
-
Controleren of het uitlaatsysteem
vormd of heeft te weinig glas-
beschadigd is.
vezelvulling in de einddemper
-
Glasvezelvulling van einddemper ver-
vangen.
(
pag. 68)
Te weinig klepspeling
-
Klepspeling instellen.
Motor slaat tijdens het rijden af
Te weinig brandstof
-
Brandstof tanken. ( pag. 32)
Motor wordt overmatig heet
Te weinig koelmiddel in koel-
-
Koelsysteem controleren op lekkage.
systeem
-
Koelmiddelpeil controleren.
(
pag. 109)
Te weinig rijwind
-
Motor afzetten als hij stilstaat.
Radiateurlamellen sterk ver-
-
Radiateurlamellen reinigen.
vuild
127
20
OPSPOREN VAN FOUTEN
Fout
Mogelijke oorzaak
Maatregel
Motor wordt overmatig heet
Schuimvorming in het koelsys-
- Koelmiddel aftappen.
(
pag. 109)
teem
- Koelmiddel vullen.
(
pag. 110)
Radiateurslang geknikt
- Radiateurslang vervangen.
Controlelampje storing brandt
Fout in elektronische brand-
- Bedrading op beschadiging en de
resp. knippert
stofinspuiting
elektrische steekverbindingen op
roestvorming en beschadiging con-
troleren.
- Foutgeheugen met
Husqvarna Motorcycles-diagnosetool
uitlezen.
Hoog olieverbruik
Slang van de motorontluchting
- Ontluchtingsslang knikvrij leggen en
geknikt
indien nodig vervangen.
Motoroliepeil te hoog
- Motoroliepeil controleren.
(
pag. 119)
Vloeibaarheid motorolie te dun
- Motorolie verversen, oliefilter
(viscositeit)
vervangen en oliezeef reinigen.
(
pag. 120)
Zuigers of cilinders versleten
- Zuiger/cilinder - inbouwspeling bepa-
len.
12V-accu ontladen
12V-accu wordt niet opgela-
- Laadspanning controleren.
den
- Statorwikkeling van dynamo controle-
ren.
Ongewilde elektrische verbrui-
- Ruststroom controleren.
ker
128
KNIPPERCODE
21
Voorwaarde voor fout
Gecombineerde schakelaar links - Knoppen zijn langer dan 20
seconden inge-
drukt
Knippercode controle-
lampje storing
Controlelampje storing knippert permanent
Voorwaarde voor fout
THREF - fout
Knippercode controle-
lampje storing
02 Controlelampje storing knippert 2x kort
Voorwaarde voor fout
Toerentalsensor krukas - storing in schakelcircuit
Knippercode controle-
lampje storing
06 Controlelampje storing knippert 6x kort
Voorwaarde voor fout
Smoorklep-positiesensor circuit A - ingangssignaal te laag
Smoorklep-positiesensor circuit A - ingangssignaal te hoog
Knippercode controle-
lampje storing
09 Controlelampje storing knippert 9x kort
Voorwaarde voor fout
Druksensor inlaatluchtbuis - ingangssignaal te hoog
Druksensor inlaatluchtbuis - ingangssignaal te laag
Knippercode controle-
lampje storing
12 Controlelampje storing knippert 1x lang, 2x kort
Voorwaarde voor fout
Koelmiddeltemperatuursensor - ingangssignaal te hoog
Koelmiddeltemperatuursensor - ingangssignaal te laag
Knippercode controle-
lampje storing
13 Controlelampje storing knippert 1x lang, 3x kort
Voorwaarde voor fout
Temperatuursensor inlaatlucht - ingangssignaal te hoog
Temperatuursensor inlaatlucht - ingangssignaal te laag
Knippercode controle-
lampje storing
15 Controlelampje storing knippert 1x lang, 5x kort
Voorwaarde voor fout
Kantelsensor - ingangssignaal te laag
Kantelsensor - onderbreking/ingangssignaal te hoog
Knippercode controle-
lampje storing
21 Controlelampje storing knippert 2x lang, 1x kort
Voorwaarde voor fout
Accuspanning - ingangsspanning te hoog
129
21
KNIPPERCODE
Knippercode controle-
lampje storing
22 Controlelampje storing knippert 2x lang, 2x kort
Voorwaarde voor fout
Versnellingsherkenningssensor - ingangsignaal te laag
Versnellingsherkenningssensor - ingangssignaal te hoog
Versnellingsherkenningssensor - fout
Knippercode controle-
lampje storing
33 Controlelampje storing knippert 3x lang, 3x kort
Voorwaarde voor fout
Inspuitventiel cilinder 1 - storing in schakelcircuit
Knippercode controle-
lampje storing
37 Controlelampje storing knippert 3x lang, 7x kort
Voorwaarde voor fout
Bobine - storing in schakelcircuit
Knippercode controle-
lampje storing
41 Controlelampje storing knippert 4x lang, 1x kort
Voorwaarde voor fout
Brandstofpompregeling - onderbreking/kortsluiting met massa
Brandstofpompregeling - kortsluiting met plus
Knippercode controle-
lampje storing
65 Controlelampje storing knippert 6x lang, 5x kort
Voorwaarde voor fout
EEPROM - fout
Knippercode controle-
lampje storing
91 Controlelampje storing knippert 9x lang, 1x kort
Voorwaarde voor fout
CAN-Bus communicatie - foutief
130
TECHNISCHE GEGEVENS
22
22.1
Motor
Bouwwijze
1-cilinder 4-takt bezinemotor, gekoeld met vloeistof
Cilinderinhoud
249,91 cm³
Slag
48,5 mm
Boring
81 mm
Compressieverhouding
14,5:1
Stationair toerental
2.250 … 2.350 1/min
Distributie
DOHC, 4 kleppen aangestuurd met nokvolger, aan-
drijving met distributieketting
Klepdiameter inlaat
32,5 mm
Klepdiameter uitlaat
27,5 mm
Klepspeling
Inlaat bij: 20 °C
0,08 … 0,15 mm
Uitlaat bij: 20 °C
0,12 … 0,19 mm
Krukaslagers
2 cilinderrollager
Drijfstanglager
Glijlager
Zuigerboutlager
Lagerbus
Zuigers
Lichtmetaal gesmeed
Zuigerveren
1 compressiering, 1 olieschraapveer
Motorsmering
Drukcirculatiesmering met 2 trochoïde pompen
Primaire overbrenging
24:72
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch
bediend
Versnelling
5 versnellingen met klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
13:32
2e versnelling
16:32
3e versnelling
17:28
4e versnelling
19:26
5e versnelling
21:25
Dynamo
14 V, 70 W
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontste-
kingssysteem met digitale ontstekingsvertraging
Bougie
NGK LMAR9AI-10
Elektrodenafstand bougie
1,0 mm
Radiateur
Vloeistofkoeling, permanente circulatie van het koel-
middel door waterpomp
Starthulp
Startmotor
131
22
TECHNISCHE GEGEVENS
22.2
Aanhaalmomenten motor
Olievernevelaar voor de hoofdla-
M4
2 Nm
gersmering
Loctite®243™
Olievernevelaars naar drijfstangla-
M4
2 Nm
gersmering controleren
Loctite®243™
Olievernevelaars voor koppelings-
M4
2 Nm
mering
Loctite®243™
Schroef olievernevelaar gebogen
M4
2,5 Nm
voor zuigerkoeling
Loctite®243™
Slangklem aanzuigflens
M4
3 Nm
Sproeier luchttoevoer krukhuis
M4
2 Nm
Loctite®243™
Olievernevelaar voor nokvolger-
M5
3 Nm
smering
Loctite®243™
Olievernevelaar voor zuigerkoeling
M5
2 Nm
Loctite®243™
Schroef krukas-toerentalsensor
M5
6 Nm
Loctite®243™
Schroef lagerborging
M5
6 Nm
Loctite®243™
Schroef lagerbout oliepomptus-
M5
6 Nm
senwiel
Loctite®243™
Schroef oliepompdeksel
M5
6 Nm
Loctite®243™
Schroef stator
M5
6 Nm
Loctite®2701™
Schroef vastzethendel
M5
6 Nm
Loctite®243™
Schroef veerschotel koppeling
M5
6 Nm
Schroef versnellingssensor
M5
5 Nm
Loctite®243™
Sluitschroef oliekanaal in dynamo-
M5
2 Nm
deksel
Loctite®243™
Tapeind generatordeksel
M5
2 Nm
Loctite®243™
Moer cilinderkop
M6
10 Nm
Moer waterpompwiel
M6
6 Nm
Loctite® 243™ ook in spleet
tussen as en waterpompwiel
Schroef binnendeksel koppeling
M6x25
10 Nm
Schroef buitendeksel koppeling
M6x25
10 Nm
Schroef buitendeksel koppeling
M6x45
10 Nm
Schroef distributieketting-
M6
10 Nm
uitvalbescherming
Loctite®243™
Schroef dynamodeksel
M6
10 Nm
Schroef geleiderail
M6
10 Nm
Loctite®243™
Schroef klepdeksel
M6
8 Nm
132
TECHNISCHE GEGEVENS
22
Schroef koppelingscilinder
M6
10 Nm
Schroef motorhuis
M6x55
10 Nm
Schroef motorhuis
M6x70
10 Nm
Schroef oliefilterdeksel
M6
10 Nm
Schroef startmotor
M6
10 Nm
Schroef startmotor - tussentand-
M6
10 Nm
wiel
Loctite®243™
Schroef uitlaatflens
M6
10 Nm
Loctite®243™
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite®243™
Schroef versnellingsvastzetting
M6
10 Nm
Loctite®243™
Schroef waterpompdeksel
M6x25
10 Nm
Schroef waterpompdeksel
M6x40
10 Nm
Tapeind cilinderkop
M6
6 Nm
Loctite®243™
Schroef nokkenas-lagerbrug
M7x1
Draaivolgorde:
Diagonaal vastschroeven.
1e aanhaalniveau
5 Nm
2e aanhaalniveau
14 Nm
Geolied met motorolie
Afsluitschroef krukasborgschroef
M8
10 Nm
Krukasborgbout
M8
8 Nm
Schroef spanrail
M8
15 Nm
Loctite®243™
Schroef ketting-aandrijfwiel
M10
60 Nm
Loctite®243™
Bougie
M10x1
12 Nm
Schroef ontgrendeling voor distri-
M10x1
8 Nm
butiekettingspanner
Schroef rotor
M10x1
70 Nm
Kraag en schroefdraad geolied /
conus ontvet
Sluitschroef nokvolgeras
M10x1
10 Nm
Sluitschroef oliekanaal
M10x1
15 Nm
Loctite®243™
Koelmiddeltemperatuursensor
M10x1,25
12 Nm
Moer cilinderkop
M10x1,25
Draaivolgorde:
Diagonaal vastschroeven.
1e aanhaalniveau
10 Nm
2e aanhaalniveau
30 Nm
3e aanhaalniveau
180°
Schroefdraad geolied
Schroef cilinderkop
M10x1,25
20 Nm
133
22
TECHNISCHE GEGEVENS
Tapeind cilinderkop
M10x1,25
20 Nm
Loctite®243™
Olieaftapschroef met magneet
M12x1,5
20 Nm
Sluitschroef oliedrukregelklep
M12x1,5
20 Nm
Olieaftapschroef
M14x1,5
15 Nm
Moer koppelingsmeenemer
M18x1,5
100 Nm
Moer primair tandwiel
M18LHx1,5
120 Nm
Loctite®243™
Sluitschroef oliezeef
M20x1,5
15 Nm
Schroef dynamodeksel
M24x1,5
18 Nm
Sluitschroef distributieketting-
M24x1,5
40 Nm
spanner
Olievulschroef
M24x3
handvast
Moer borging voor binnenring
M27x1
60 Nm
hoofdlager
Loctite®243™
22.3
Vulhoeveelheden
22.3.1
Motorolie
Motorolie
1,0 l
Motorolie (SAE
10W/50)
(
pag. 141)
22.3.2
Koelmiddel
Koelmiddel
0,90 l
Koelmiddel (
pag. 141)
22.3.3
Brandstof
Brandstof super loodvrij (ROZ
95)
(
pag. 141)
7,2 l
22.4
Chassis
Frame
Brugframe van chroommolybdeen stalen buizen
Voorvork
WP XACT AER
Veerweg
voor
305 mm
achter
293 mm
Vorksprong
22 mm
Schokdemper
WP XACT LDS
Remsysteem
Schijfremmen, remzadels vlottend gelagerd
Remschijven - diameter
voor
260 mm
achter
220 mm
Remschijven - slijtagegrens
voor
2,5 mm
achter
3,5 mm
Bandenspanning terrein
134
TECHNISCHE GEGEVENS
22
voor
1,0 bar
achter
1,0 bar
Secundaire overbrenging (FC 250 EU)
14:52
Secundaire overbrenging (FC 250 US)
14:51
Ketting
5/8 x 1/4"
Leverbare kettingwielen
47, 48, 49, 50, 51, 52
Balhoofdhoek
63,9°
Wielstand
1.490 ± 10 mm
Zadelhoogte onbelast
939 mm
Los van de bodem, onbelast
336 mm
Gewicht zonder brandstof ca.
101,2 kg
Hoogst toegestane asbelasting voor
145 kg
Maximale asbelasting achter
190 kg
Maximaal toegestaan totaalgewicht
335 kg
22.5
Elektronica
12V-accu
HJTZ5S-FP-C
Lithium-ion-accu
Accuspanning: 12 V
Nominale capaciteit: 2,0
Ah
onderhoudsvrij
Zekering
58011109110
10 A
Zekering
58011109105
5A
Verlichting gecombineerd instrument en controle-
Led
lampjes
22.6
Banden
Band voor
Band achter
80/100 - 21 51M TT
110/90 - 19 62M TT
Dunlop GEOMAX MX-33SF
Dunlop GEOMAX MX-33
De aangegeven banden zijn één van de mogelijke standaardbanden. Contacteer over mogelijke alternatieve
fabrikanten een erkende dealer of een gekwalificeerde bandenhandelaar. De van toepassing zijnde plaatse-
lijke goedkeuringsvoorschriften en de respectieve technische specificaties moeten in acht worden genomen.
Meer informatie vindt u in het servicegedeelte onder:
22.7
Voorvork
22.7.1
FC 250 EU
Artikelnummer voorvork
A360C105X406000
Voorvork
WP XACT AER
Ingaande demping
Comfort
17 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
7 klikken
Uitgaande demping
Comfort
17 klikken
135
22
TECHNISCHE GEGEVENS
Standaard
12 klikken
Sport
7 klikken
Luchtdruk
10,3 bar
Vorklengte
940 mm
Hoeveelheid olie buitenwerk
240+10
− 50 ml
Vorkpootolie (SAE 4) (48601166S1)
rechts
(
pag. 142)
Hoeveelheid olie buitenwerk links
240+10
− 50 ml
Vorkpootolie (SAE 4) (48601166S1)
(
pag. 142)
Oliehoeveelheid cartridge rechts
370 ml
Vorkpootolie (SAE 4) (48601166S1)
(
pag. 142)
Vethoeveelheid cartridge links
5g
Speciaal vet (00062010053)
(
pag. 144)
22.7.2
FC 250 US
Artikelnummer voorvork
A360C155X406000
Voorvork
WP XACT AER
Ingaande demping
Comfort
17 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
7 klikken
Uitgaande demping
Comfort
23 klikken
Standaard
18 klikken
Sport
13 klikken
Luchtdruk
10,5 bar
Vorklengte
940 mm
Hoeveelheid olie buitenwerk
240+10
− 50 ml
Vorkpootolie (SAE 4) (48601166S1)
rechts
(
pag. 142)
Hoeveelheid olie buitenwerk links
240+10
− 50 ml
Vorkpootolie (SAE 4) (48601166S1)
(
pag. 142)
Oliehoeveelheid cartridge rechts
370 ml
Vorkpootolie (SAE 4) (48601166S1)
(
pag. 142)
Vethoeveelheid cartridge links
5g
Speciaal vet (00062010053)
(
pag. 144)
22.8
Schokdemper
22.8.1
FC 250 EU
Artikelnummer schokdemper
A360C405X408000
Schokdemper
WP XACT LDS
Ingaande demping lowspeed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping highspeed
Comfort
2 omw
136
TECHNISCHE GEGEVENS
22
Standaard
1,5 omw
Sport
1 omw
Uitgaande demping
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Veervoorspanning
8 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65 …
75 kg
42 N/mm
Gewicht bestuurder: 75 …
85 kg
45 N/mm
Gewicht bestuurder: 85 …
95 kg
48 N/mm
Veerlengte
240 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
35 mm
Dynamische veerweg
105 mm
Inbouwlengte
456,3 mm
Stootdemperolie
Stootdemperolie (SAE 2,5)
(50180751S1) (
pag. 142)
22.8.2
FC 250 US
Artikelnummer schokdemper
A360C455X408000
Schokdemper
WP XACT LDS
Ingaande demping lowspeed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping highspeed
Comfort
2 omw
Standaard
1,5 omw
Sport
1 omw
Uitgaande demping
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Veervoorspanning
8 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65 …
75 kg
39 N/mm
Gewicht bestuurder: 75 …
85 kg
42 N/mm
Gewicht bestuurder: 85 …
95 kg
45 N/mm
Veerlengte
240 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
35 mm
Dynamische veerweg
105 mm
Inbouwlengte
456,3 mm
137
22
TECHNISCHE GEGEVENS
Stootdemperolie
Stootdemperolie (SAE 2,5)
(50180751S1) (
pag. 142)
22.9
Aanhaalmomenten chassis
Schroef
EJOT DELTA PT®K50x18 T20
0,7 Nm
aanzuiglucht-temperatuursensor
Schroef brandstofpomp aan
EJOT PT® K60x30-Z
2,5 Nm
brandstoftank
Schroef combinatieschakelaar
EJOT PT® K50x18
2 Nm
Schroef deksel luchtfilterbak
EJOT PT® K60x20-Z
5 Nm
Schroef luchtfilterbak aan frame
EJOT PT®K60x20-AL
5 Nm
Schroef zadelbevestiging
EJOT EJOFORM PT® K60x23/18
2,5 Nm
Schroefverbinding startknop
EJOT PT®K50x18
2 Nm
Schroefverbinding uitschakelknop
EJOT PT®K50x18
2 Nm
Schroef slangklem smoorklep
M4
2,8 Nm
Schroef slangklem voor koelsys-
M4
2,4 Nm
teem
Schroef vaste handgreep
M4
5 Nm
Loctite®243™
Spaaknippel achterwiel
M4,5
6 Nm
Spaaknippel voorwiel
M4,5
6 Nm
Resterende moeren chassis
M5
5 Nm
Resterende schroeven chassis
M5
5 Nm
Schroef accupool
M5
2,5 Nm
Schroef framebescherming
M5
3 Nm
Schroef smoorklepdeksel
M5
2,6 Nm
Schroef stelring schokdemper
M5
5 Nm
Moer gaskabel aan smoorklep
M6
3 Nm
Moer kabel aan startmotor
M6
4 Nm
Moer kogelscharnier drukstang
M6
10 Nm
van achterste remcilinder
Loctite®243™
Resterende moeren chassis
M6
10 Nm
Resterende schroeven chassis
M6
10 Nm
Schroef accuhouderbeugel
M6
6 Nm
Schroef bedrijfsurenteller
M6
5 Nm
Schroef bovenste glijblok
M6
6 Nm
Loctite®243™
Schroef brandstoftankspoiler aan
M6
6 Nm
radiateur
Schroef gashendel
M6
5 Nm
Schroef hendel
M6
5 Nm
Schroef kettinggeleiding aan ach-
M6x16
10 Nm
terbrug achter
Schroef kettinggeleiding aan ach-
M6
10 Nm
terbrug achter
Loctite®243™
Schroef kettinggeleiding aan ach-
M6x45
10 Nm
terbrug voor
138
TECHNISCHE GEGEVENS
22
Schroef kettinggeleiding aan ach-
M6
10 Nm
terbrug voor
Schroef massaleiding aan frame
M6
10 Nm
Schroef remkabelgeleiding aan
M6
4,5 Nm
achterbrug
Schroef remschijf achter
M6
14 Nm
Loctite®243™
Schroef remschijf voor
M6
14 Nm
Loctite®243™
Schroef spatbord
M6
12 Nm
Schroef startmotorkabel naar
M6
6 Nm
startrelais
Schroef zadelbevestiging
M6
8 Nm
Moer bandenhouder
M8
12
Nm
Moer kettingwielschroef
M8
35
Nm
Loctite®2701™
Moer pedaalhendelaanslag
M8
20
Nm
Resterende moeren chassis
M8
25
Nm
Resterende schroeven chassis
M8
25
Nm
Schroef afdekking
M8
15
Nm
ketting-aandrijfwiel
Schroef asopname
M8
15
Nm
Schroef bochtstuk op motorstang
M8
15
Nm
Schroef bovenste kroonplaat
M8
17
Nm
Schroef console
M8
35
Nm
Loctite®243™
Schroef console onder
M8
30
Nm
Loctite®2701™
Schroef motorsteun aan frame
M8x15
25
Nm
Loctite®2701™
Schroef motorsteun aan motor
M8x20
25
Nm
Loctite®243™
Schroef onderste glijblok
M8
15
Nm
Schroef onderste kroonplaat
M8
12
Nm
Schroef remzadel voor
M8
25
Nm
Loctite®243™
Schroef stuurklem
M8
20
Nm
Schroef vorkbuis boven
M8
20
Nm
Loctite®243™
Motordraagschroef
M10
60
Nm
Resterende moeren chassis
M10
45
Nm
Resterende schroeven chassis
M10
45
Nm
Schroef schokdemper boven
M10
60
Nm
Loctite®2701™
Schroef schokdemper onder
M10
60
Nm
Loctite®2701™
Schroef stuuradapter
M10
40
Nm
Loctite®243™
139
22
TECHNISCHE GEGEVENS
Moer achterbrugbout
M16x1,5
100 Nm
Moer frame aan verbindingshen-
M16x1,5
80 Nm
del
Moer haakse hendel aan achter-
M16x1,5
80 Nm
brug
Moer verbindingshendel aan
M16x1,5
80 Nm
haakse hendel
Schroef balhoofd boven
M20x1,5
12 Nm
Schroef steekas voor
M20x1,5
35 Nm
Moer steekas achter
M22x1,5
80 Nm
Schroefkoppeling koelsysteem
M24x1,5
7,5 Nm
140
GEBRUIKSSTOFFEN
23
Brandstof super loodvrij (ROZ 95)
Norm / classificatie
- DIN EN 228 (ROZ 95)
Voorgeschreven waarde
- Alleen Super ongelood gebruiken die voldoet aan de aangegeven norm of gelijkwaardig is.
- Een aandeel van maximaal 10 % ethanol (E10 brandstof) kan daarbij zonder bezwaar worden gebruikt.
Info
Geen brandstof van methanol (bijv. M15, M85, M100) of met een aandeel van meer dan 10 % etha-
nol (bijv. E15, E25, E85, E100) gebruiken.
Koelmiddel
Voorgeschreven waarde
- Alleen hoogwaardig, silicaatvrij koelmiddel met antiroestadditief voor aluminiummotoren gebruiken. Minder-
waardige en ongeschikte antivriesmiddelen veroorzaken corrosie, afzettingen en schuimvorming.
- Geen zuiver water gebruiken omdat de eisen met betrekking tot corrosiebescherming en smeereigenschap-
pen alleen door koelmiddel vervuld kunnen worden.
- Uitsluitend koelmiddel gebruiken dat voldoet aan de aangegeven voorwaarden (zie informatie op de verpak-
king) en de juiste eigenschappen heeft.
Vorstbescherming minstens tot
−25 °C
De mengverhouding moet aan de vereiste vorstbescherming aangepast worden. Gedistilleerd water gebruiken,
als het koelmiddel verdund moet worden.
Het gebruik van voorgemengd koelmiddel wordt aanbevolen.
Gegevens van de koelmiddelfabrikant met betrekking tot vorstbescherming, verdunning en mengbaarheid (ver-
draagbaarheid) met andere koelmiddelen in acht nemen.
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- COOLANT M3.0
Motorolie (SAE 10W/50)
Norm / classificatie
- JASO T903 MA2 ( pag. 145)
- SAE ( pag. 145) (SAE 10W/50)
Voorgeschreven waarde
- Gebruik uitsluitend motorolie die voldoet aan de aangegeven normen (zie informatie op de verpakking) en
de juiste eigenschappen heeft.
Volledig synthetische motorolie
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Cross Power 4T
141
23
GEBRUIKSSTOFFEN
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1
Norm / classificatie
- DOT
Voorgeschreven waarde
- Alleen remvloeistof gebruiken die voldoet aan de aangegeven norm (zie informatie op de verpakking) en die
de juiste eigenschappen heeft.
Aanbevolen leverancier
Castrol
- REACT PERFORMANCE DOT 4
MOTOREX®
- Brake Fluid DOT 5.1
Stootdemperolie (SAE 2,5) (50180751S1)
Norm / classificatie
- SAE ( pag. 145) (SAE 2,5)
Voorgeschreven waarde
- Alleen oliesoorten gebruiken die voldoen aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en
over de geschikte eigenschappen beschikken.
Vorkpootolie (SAE 4) (48601166S1)
Norm / classificatie
- SAE ( pag. 145) (SAE 4)
Voorgeschreven waarde
- Alleen olie gebruiken die voldoet aan de aangegeven normen (zie informatie op de verpakking) en de juiste
eigenschappen heeft.
142
HULPSTOFFEN
24
Brandstofadditief
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Fuel Stabilizer
Conserveringsmiddel voor lakken, metaal en rubber
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Moto Protect
Duurzaam vet
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Bike Grease 2000
Kettingreinigingsmiddel
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Chain Clean
Kettingspray offroad
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Chainlube Offroad
Motorfietsreiniger
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Moto Clean
Olie voor luchtfilters van schuimstof
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Racing Bio Liquid Power
Reinigingsmiddel voor luchtfilter
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Racing Bio Dirt Remover
Siliconenspray
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Silicone Spray
143
24
HULPSTOFFEN
Smeervet met hoge viscositeit
Aanbevolen leverancier
SKF®
- LGHB 2
Speciaal vet (00062010053)
Aanbevolen leverancier
Klüber Lubrication®
- Klüberfood NH1 34-401
Speciale reiniger voor glanzende en matte lakken, metaal- en kunststofvlakken
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Quick Cleaner
Universele oliespray
Aanbevolen leverancier
MOTOREX®
- Joker 440 Synthetic
144
NORMEN 25
JASO T903 MA2
Meerdere technische ontwikkelingsrichtingen vereisten een eigen specificatie voor motorfietsen - de norm
JASO T903 MA2.
Vroeger werd voor motorfietsen motorolie voor auto's gebruikt omdat er geen eigen motorfietsspecificatie
bestond.
Voor motoren van auto's zijn lange service-intervallen vereist, bij motoren van motorfietsen staat een hoog ver-
mogensrendement bij hoge toerentallen op de voorgrond.
Bij de meeste motoren voor motorfietsen worden versnelling en koppeling met dezelfde olie gesmeerd.
De norm JASO T903 MA2 voldoet aan deze speciale vereisten.
SAE
De SAE-viscositeitsklassen zijn vastgelegd door de Society of Automotive Engineers voor de indeling van oliën
op basis van hun viscositeit. De viscositeit beschrijft slechts een van de eigenschappen van olie en zegt niets
over de kwaliteit.
145
26
LIJST MET VAKBEGRIPPEN
OBD
Boorddiagnose
Voertuigsysteem dat ingestelde parameters van de
voertuigelektronica bewaakt
-
Launch Control
Functie van de voertuigelektronica voor het bereiken
van optimale acceleratie vanuit stilstand
-
Quickshifter
Functie van de motorelektronica voor opschakelen
zonder bediening van de koppeling
TC
Tractiecontrole (Traction Control)
Extra functie van de motorbesturing die bij door-
draaiend achterwiel het motorkoppel verlaagt
146
LIJST MET AFKORTINGEN
27
Artikelnr.
Artikelnummer
bijv.
bijvoorbeeld
ca.
circa
e.d.
en dergelijke
enz.
enzovoort
etc.
et cetera
evt.
eventueel
evt.
eventueel
Nr.
Nummer
o.a.
onder andere
vgl.
vergelijk
147
28
LIJST MET SYMBOLEN
28.1
Gele of oranje pictogrammen
Gele of oranje pictogrammen geven een storingstoestand aan, waarbij binnen korte tijd moet worden ingegre-
pen. Actieve rijhulpen worden eveneens met gele of oranje pictogrammen aangegeven.
Controlelampje storing brandt/knippert oranje - De OBD heeft een fout in de voertuigelek-
tronica geconstateerd. Het controlelampje storing brandt ook, als de tractiecontrole is geac-
tiveerd en de toerentalbegrenzer ingrijpt.
TC-controlelampje brandt oranje - TC is actief of is bezig met regelen. Het
TC-controlelampje knippert als de Launch Control is geactiveerd.
28.2
Groene en blauwe pictogrammen
Groene en blauwe pictogrammen geven informatie weer.
QS-controlelampje brandt blauw - De Quickshifter is geactiveerd. Het QS-controlelampje
knippert, als de Quickshifter wordt geprogrammeerd.
Controlelampje B brandt groen - ADVANCED Mapping is geactiveerd.
148
|