|
|
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE
1
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN
5
6.15
Plug-in standaard
20
1.1
Gebruikte pictogrammen
5
7
INBEDRIJFSTELLING
21
1.2
Gebruikte formatteringen
5
7.1
Aanwijzingen voor eerste
2
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
6
inbedrijfstelling
21
7.2
Motor inrijden
22
2.1
Gebruiksdefinitie - beoogd gebruik
6
7.3
Startvermogen van lithium-ion-
2.2
Onjuist gebruik
6
accu's bij lage temperaturen
22
2.3
Veiligheidsaanwijzingen
6
7.4
Voertuig voorbereiden op zwaardere
2.4
Gevarenniveau en pictogrammen
6
gebruiksomstandigheden
23
2.5
Waarschuwing voor manipulaties
7
7.5
Voertuig voor rijden op droog zand
2.6
Veilig gebruik
7
voorbereiden
23
2.7
Beschermende kleding
8
7.6
Voertuig voor rijden op nat zand
voorbereiden
24
2.8
Werkinstructies
8
7.7
Voertuig voor rijden op nat en
2.9
Milieu
8
modderig circuit voorbereiden
24
2.10
Bedieningshandleiding
9
7.8
Voertuig voor hoge temperaturen of
3
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
10
langzaam rijden voorbereiden
25
7.9
Voertuig voor lage temperaturen of
3.1
Fabrieksgarantie, garantie
10
sneeuw voorbereiden
25
3.2
Bedrijfsmiddelen, hulpstoffen
10
8
RIJ-INSTRUCTIES
26
3.3
Reserveonderdelen, toebehoren
10
3.4
Service
10
8.1
Controle en onderhoud voor iedere
3.5
Afbeeldingen
10
inbedrijfstelling
26
3.6
Klantenservice
10
8.2
Voertuig starten
26
8.3
Launch Control activeren
27
4
AFBEELDING VOERTUIG
11
8.4
Tractiecontrole activeren
28
4.1
Afbeelding voertuig linksvoor
8.5
Beginnen met rijden
28
(symbolische weergave)
11
8.6
Quickshifter
29
4.2
Afbeelding voertuig rechtsachter
8.7
Quickshifter activeren
29
(symbolische weergave)
12
8.8
Schakelen, rijden
29
5
SERIENUMMERS
13
8.9
Afremmen
31
8.10
Stoppen, parkeren
31
5.1
Voertuigidentificatiennummer
13
8.11
Transporteren
32
5.2
Balhoofdetiket
13
8.12
Brandstof tanken
32
5.3
Motornummer
13
5.4
Artikelnummer voorvork
13
9
SERVICESCHEMA
34
5.5
Artikelnummer schokdemper
14
9.1
Extra informatie
34
6
BEDIENINGSELEMENTEN
15
9.2
Serviceschema
34
6.1
Koppelingshendel
15
10
CHASSIS AFSTELLEN
36
6.2
Remhendel
15
10.1
Basisinstelling chassis voor
6.3
Gashendel
15
bestuurdersgewicht controleren
36
6.4
Uitschakelknop
15
10.2
Luchtvering XACT
36
6.5
Startknop
16
10.3
Ingaande demping schokdemper
37
6.6
Combinatieschakelaar
16
10.4
Ingaande demping lowspeed van de
6.7
Overzicht controlelampjes
16
schokdemper instellen
37
6.8
Gecombineerd instrument
17
10.5
Ingaande demping highspeed van
6.9
Tankdop openen
17
de schokdemper instellen
38
6.10
Tankdop sluiten
18
10.6
Uitgaande demping van de
6.11
Koude-startknop
18
schokdemper instellen
38
6.12
Regelschroef stationair toerental
19
10.7
Maat achterwiel zonder belasting
bepalen
39
6.13
Versnellingshendel
19
6.14
Rempedaal
20
2
INHOUDSOPGAVE
10.8
Statische veerweg schokdemper
11.34
Glasvezelvulling van einddemper
controleren
40
vervangen
68
10.9
Dynamische veerweg schokdemper
11.35
Brandstoftank demonteren
69
controleren
40
11.36
Brandstoftank monteren
71
10.10
Veervoorspanning schokdemper
11.37
Kettingvervuiling controleren
72
instellen
41
11.38
Ketting reinigen
72
10.11
Dynamische veerweg instellen
42
11.39
Kettingspanning controleren
73
10.12
Basisinstelling voorvork
11.40
Kettingspanning instellen
74
controleren
43
11.41
Ketting, kettingwiel,
10.13
Voorvorkluchtdruk instellen
43
ketting-aandrijfwiel en
10.14
Ingaande demping voorvork
kettinggeleiding controleren
75
instellen
44
11.42
Frame controleren
77
10.15
Uitgaande demping voorvork
11.43
Achterbrug controleren
77
instellen
45
11.44
Gaskabellegging controleren
77
10.16
Stuurpositie
46
11.45
Rubberen stuurcovers controleren
78
10.17
Stuurpositie instellen
46
11.46
Quickshifter programmeren
79
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
49
11.47
Uitgangspositie koppelingshendel
instellen
79
11.1
Motorfiets met hefbok opkrikken
49
11.48
Vloeistofpeil hydraulische koppeling
11.2
Motorfiets van hefbok nemen
49
controleren/corrigeren
80
11.3
Vorkpoten ontluchten
50
11.49
Vloeistof van de hydraulische
11.4
Vuilschrapers vorkpoten reinigen
50
koppeling verversen
81
11.5
Voorvorkprotector demonteren
51
12
REMSYSTEEM
83
11.6
Voorvorkprotector monteren
51
11.7
Framebescherming demonteren
51
12.1
Vrije slag remhendel controleren
83
11.8
Framebescherming monteren
52
12.2
Uitgangspositie van de remhendel
11.9
Vorkpoten demonteren
52
instellen
83
11.10
Vorkpoten monteren
52
12.3
Remschijven controleren
83
11.11
Onderste kroonplaat
12.4
Remvloeistofpeil voorwielrem
demonteren
53
controleren
84
11.12
Onderste kroonplaat monteren
54
12.5
Remvloeistof van de voorwielrem
bijvullen
85
11.13
Speling balhoofdlager controleren
56
12.6
Remvoeringen en
11.14
Speling balhoofdlager instellen
57
remvoeringborging van de
11.15
Balhoofdlager smeren
57
voorwielrem controleren
86
11.16
Startnummerbord demonteren
58
12.7
Remplaketten van de voorwielrem
11.17
Startnummerbord monteren
58
vervangen
87
11.18
Spatbord voor demonteren
58
12.8
Vrije slag rempedaal controleren
89
11.19
Spatbord voor monteren
59
12.9
Uitgangspositie van het rempedaal
11.20
Schokdemper demonteren
59
instellen
89
11.21
Schokdemper monteren
60
12.10
Remvloeistofpeil achterwielrem
11.22
Zadel verwijderen
62
controleren
90
11.23
Zadel monteren
62
12.11
Remvloeistof achterwielrem
bijvullen
91
11.24
Deksel luchtfilterbak demonteren
63
12.12
Remvoeringen en
11.25
Deksel luchtfilterbak monteren
64
remvoeringborging van de
11.26
Luchtfilter demonteren
65
achterwielrem controleren
92
11.27
Luchtfilter en luchtfilterbak
12.13
Remplaketten van de achterwielrem
reinigen
65
vervangen
92
11.28
Luchtfilter monteren
66
11.29
Deksel luchtfilterbak vastzetten
67
13
WIELEN, BANDEN
96
11.30
Zijdeksel rechts demonteren
67
13.1
Voorwiel demonteren
96
11.31
Zijdeksel rechts monteren
67
13.2
Voorwiel monteren
97
11.32
Einddemper demonteren
68
13.3
Achterwiel demonteren
97
11.33
Einddemper monteren
68
13.4
Achterwiel monteren
98
3
INHOUDSOPGAVE
13.5
Bandentoestand controleren
100
22.2
Aanhaalmomenten motor
132
13.6
Bandenspanning controleren
100
22.3
Vulhoeveelheden
134
13.7
Spaakspanning controleren
101
22.3.1
Motorolie
134
22.3.2
Koelmiddel
134
14
ELEKTRONICA
102
22.3.3
Brandstof
134
14.1
12V-accu demonteren
102
22.4
Chassis
134
14.2
12V-accu monteren
103
22.5
Elektronica
135
14.3
12V-accu laden
104
22.6
Banden
135
14.4
Hoofdzekering vervangen
105
22.7
Voorvork
135
14.5
Zekering van de brandstofpomp
22.7.1
FC 250 EU
135
vervangen
106
22.7.2
FC 250 US
136
14.6
Diagnosestekker
107
22.8
Schokdemper
136
15
KOELSYSTEEM
108
22.8.1
FC 250 EU
136
22.8.2
FC 250 US
137
15.1
Koelsysteem
108
22.9
Aanhaalmomenten chassis
138
15.2
Antivries en koelmiddelpeil
controleren
108
23
GEBRUIKSSTOFFEN
141
15.3
Koelmiddelpeil controleren
109
24
HULPSTOFFEN
143
15.4
Koelmiddel aftappen
109
15.5
Koelmiddel vullen
110
25
NORMEN
145
15.6
Koelmiddel verversen
111
26
LIJST MET VAKBEGRIPPEN
146
16
MOTOR AFSTELLEN
112
27
LIJST MET AFKORTINGEN
147
16.1
Speling gaskabel controleren
112
28
LIJST MET SYMBOLEN
148
16.2
Speling gaskabel instellen
112
28.1
Gele of oranje pictogrammen
148
16.3
Eigenschappen van de gasrespons
instellen
113
28.2
Groene en blauwe pictogrammen
148
16.4
Mapping wijzigen
115
INDEX
149
16.5
stationair toerental instellen
115
16.6
Smoorkleppositie programmeren
116
16.7
Uitgangspositie versnellingshendel
controleren
117
16.8
Uitgangspositie van de
versnellingshendel instellen
117
17
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
118
17.1
Brandstofzeef vervangen
118
17.2
Motoroliepeil controleren
119
17.3
Motorolie verversen, oliefilter
vervangen en oliezeef reinigen
120
17.4
Motorolie bijvullen
122
18
REINIGING, ONDERHOUD
123
18.1
Motorfiets reinigen
123
19
STALLING
125
19.1
Stalling
125
19.2
Inbedrijfname na stalling
126
20
OPSPOREN VAN FOUTEN
127
21
KNIPPERCODE
129
22
TECHNISCHE GEGEVENS
131
22.1
Motor
131
4
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 1
1.1
Gebruikte pictogrammen
Hieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.
Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).
Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).
Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen.
Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage! Daar wordt uw motorfiets door speciaal geschoolde
vakkundige medewerkers met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.
Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).
Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.
Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.
Kenmerkt een spanningsmeting.
Kenmerkt een stroommeting.
Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.
1.2
Gebruikte formatteringen
Hieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.
Eigennaam
Kenmerkt een eigennaam.
Naam®
Kenmerkt een beschermde naam.
Merk™
Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.
Onderstreepte woorden
Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vakter-
men die in de begrippenlijst worden uitgelegd.
5
2
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
2.1
Gebruiksdefinitie - beoogd gebruik
Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normale races kan weerstaan.
Dit voertuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale
motorsportbonden.
Info
Gebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.
2.2
Onjuist gebruik
Gebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze.
Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en
milieu.
Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.
Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs- en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifi-
caties voor het toepassingsgebied.
2.3
Veiligheidsaanwijzingen
Voor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te worden
genomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-
dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in
de tekst.
Info
Op goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschu-
wingsstickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze
ontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen.
2.4
Gevarenniveau en pictogrammen
Gevaar
Waarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolg
heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet de
juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Voorzichtig
Waarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgs-
maatregelen neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat aanmerkelijke schade aan machine of materiaal tot gevolg heeft als u niet
de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat schade aan het milieu tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgs-
maatregelen neemt.
6
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
2
2.5
Waarschuwing voor manipulaties
Het is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgende
maatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:
1
Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-
demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van het
voertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals
2
Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten
werking is gesteld.
Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:
1
Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die
uitlaatgassen geleiden.
2
Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3
Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand.
4
Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen
van het inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten.
2.6
Veilig gebruik
Gevaar
Gevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor
zichzelf en voor anderen.
- Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent.
- Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot
gevolg hebben.
- Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.
- Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig
heet.
- Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als
deze voertuigcomponenten zijn afgekoeld.
- Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebrui-
ken.
Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt.
Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-
garage worden verholpen.
De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
7
2
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
2.7
Beschermende kleding
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
- Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-
mede broek en jas met bescherming.
- Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke
voorschriften.
Voor uw eigen veiligheid adviseert Husqvarna Motorcycles om het voertuig uitsluitend met geschikte bescher-
mende kleding te gebruiken.
2.8
Werkinstructies
Voor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met
contactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of trans-
pondersleutel).
Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist. Deze maken geen deel uit van het voertuig,
maar kunnen worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lager-
trekker (15112017000)
Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen.
Omgevingstemperatuur
20 °C
Omgevingsluchtdruk
1.013 mbar
Relatieve luchtvochtigheid
60 ± 5 %
Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansie-
schroeven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe
onderdelen vervangen.
Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van
de fabrikant bij het gebruik in acht nemen.
Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel
aanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage.
Beschadigde of versleten onderdelen vervangen.
Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.
2.9
Milieu
Door op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen
en conflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal
gebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren.
Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-
dende wet- en regelgeving in het betreffende land.
Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen
wettelijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-
dealer is u graag van dienst.
8
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
2
2.10
Bedieningshandleiding
Lees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat
rijden. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger
maken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel
kunt beschermen.
Tip
Bewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.
Neem contact op met een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wilt
weten of als tijdens het lezen iets niet duidelijk is.
De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding
door de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.
De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden
gedownload.
De bedieningshandleiding is bovendien als download beschikbaar bij uw geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-dealer en op de Husqvarna Motorcycles-website. Via uw gecertificeerde
Husqvarna Motorcycles-dealer kan ook een afgedrukt exemplaar worden besteld.
Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www.husqvarna-motorcycles.com
9
3
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
3.1
Fabrieksgarantie, garantie
De in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde Husq-
varna Motorcycles-garage worden uitgevoerd en moeten in het Husqvarna Motorcycles Dealer.net worden
bevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of
wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie.
3.2
Bedrijfsmiddelen, hulpstoffen
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
- Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken.
3.3
Reserveonderdelen, toebehoren
Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door Husqvarna Motorcycles zijn
vrijgegeven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage monte-
ren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is Husqvarna Motorcycles niet aansprakelijk.
De artikelnummers van sommige reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de desbetreffende beschrijvingen
tussen haakjes aangegeven. Uw geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer adviseert u graag.
Het actuele Husqvarna Motorcycles technisch toebehoren voor uw voertuig vindt u bij uw erkende
Husqvarna Motorcycles-dealer en op de Husqvarna Motorcycles-website.
Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www.husqvarna-motorcycles.com
3.4
Service
Voorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de
in de bedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het
chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat, stoffig of
modderig traject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen, luchtfilters of veringscompo-
nenten duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het vol-
gende service-interval te controleren of te vervangen.
Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtne-
ming daarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets.
Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend.
3.5
Afbeeldingen
De in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen.
Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor
de betreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd.
Houdt u zich aan de aanwijzingen in de tekst.
3.6
Klantenservice
De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over
Husqvarna Motorcycles.
De lijst met geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealers vindt u op de Husqvarna Motorcycles-website.
Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www.husqvarna-motorcycles.com
10
AFBEELDING VOERTUIG
4
4.1
Afbeelding voertuig linksvoor (symbolische weergave)
T04406-10
1 Remhendel(pag.15)
2 Koppelingshendel(pag.15)
3 Tankdop
4 Dekselluchtfilterbak
5 Koude-startknop(pag.18)
6 Motornummer(pag.13)
7 Versnellingshendel(pag.19)
11
4
AFBEELDING VOERTUIG
4.2
Afbeelding voertuig rechtsachter (symbolische weergave)
T04407-10
1 Schokdemperinstellingingaandedemping
2 Combinatieschakelaar(pag.16)
3 Uitschakelknop(pag.15)
3 Startknop(pag.16)
4 Gashendel(pag.15)
5 Voertuigidentificatiennummer(pag.13)
5 Balhoofdetiket(pag.13)
6 Artikelnummervoorvork(pag.13)
7 Regelschroefstationairtoerental(pag.19)
8 Rempedaal(pag.20)
9 Kijkglasmotorolie
bk Schokdemperinstellinguitgaandedemping
12
SERIENUMMERS
5
5.1
Voertuigidentificatiennummer
Het voertuigidentificatienummer 1 is aan de rechterkant van het
balhoofd gegraveerd.
401945-10
5.2
Balhoofdetiket
Het balhoofdetiket 1 is op het balhoofd vooraan aangebracht.
401946-10
5.3
Motornummer
Het motornummer 1 in de linkerkant van de motor boven het
ketting-aandrijfwiel gegraveerd.
H01047-10
5.4
Artikelnummer voorvork
Het artikelnummer van de voorvork 1 is aan de binnenkant van
de asopname gegraveerd.
401947-10
13
5
SERIENUMMERS
5.5
Artikelnummer schokdemper
Het artikelnummer van de schokdemper 1 is in het bovenste
deel van de schokdemper gegraveerd.
F03756-10
14
BEDIENINGSELEMENTEN
6
6.1
Koppelingshendel
De koppelingshendel 1 is aan de linkerzijde van het stuur aan-
gebracht.
De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijge-
steld.
F03647-10
6.2
Remhendel
De remhendel 1 is rechts aan het stuur aangebracht.
De voorwielrem wordt bediend met de remhendel.
J00077-10
6.3
Gashendel
De gashendel 1 is aan de rechterzijde van het stuur aange-
bracht.
J00076-10
6.4
Uitschakelknop
De uitschakelknop 1 is rechts op het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Uitschakelknop in de uitgangspositie - In deze stand is
het ontstekingscircuit gesloten en kan de motor worden
gestart.
• Uitschakelknop ingedrukt - In deze stand is het ontste-
kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uit
en een stilstaande motor schakelt niet in.
F03650-11
15
6
BEDIENINGSELEMENTEN
6.5
Startknop
De startknop 1 is aan de rechterkant van het stuur
aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Startknop in de uitgangspositie
• Startknop ingedrukt - In deze stand wordt de startmotor
geactiveerd.
F03650-10
6.6
Combinatieschakelaar
De combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
1
STANDARD - Bij brandend controlelampje A is
STANDARD Mapping geactiveerd.
1 TC
STANDARD met TC - Bij brandend
controlelampje A en brandend TC-controlelampje
is STANDARD Mapping met de tractiecontrole
geactiveerd.
2
ADVANCED - Bij brandend controlelampje B is
ADVANCED Mapping geactiveerd.
2 TC
ADVANCED met TC - Bij brandend
controlelampje B en brandend TC-controlelampje
is ADVANCED Mapping met de tractiecontrole
geactiveerd.
Met de knop 1 en knop 2 van de combinatieschakelaar kan
de motorkarakteristiek worden gewijzigd.
Met de TC-knop 3 van de combinatieschakelaar kan de tractie-
controle worden geactiveerd.
F03761-10
Bovendien kunnen via de combinatieschakelaar de
Launch Control en de Quickshifter worden geactiveerd.
6.7
Overzicht controlelampjes
Mogelijke toestanden
Controlelampje storing brandt/knippert oranje - De
OBD heeft een fout in de voertuigelektronica gecon-
stateerd. Het controlelampje storing brandt ook, als
de tractiecontrole is geactiveerd en de toerentalbe-
grenzer ingrijpt.
TC-controlelampje brandt oranje - TC is actief of is
bezig met regelen. Het TC-controlelampje knippert
als de Launch Control is geactiveerd.
F03758-10
QS-controlelampje brandt blauw - De Quickshifter is
geactiveerd. Het QS-controlelampje knippert, als de
Quickshifter wordt geprogrammeerd.
Controlelampje A brandt wit - STANDARD Map-
ping is geactiveerd.
Controlelampje B brandt groen - ADVANCED Map-
ping is geactiveerd.
16
BEDIENINGSELEMENTEN
6
6.8
Gecombineerd instrument
Het gecombineerde instrument 1 is voor het stuur
aangebracht.
Het gecombineerde instrument toont het totaal aantal bedrijfsu-
ren van de motor.
De bedrijfsuren worden geteld als de motor wordt gestart en
stopgezet als de motor wordt uitgeschakeld.
Info
Op het gecombineerde instrument kan niets worden
F03765-10
gewist of ingesteld.
Zodra de diagnosetool is aangesloten, loopt de bedrijfsu-
renteller.
Voor langere diagnosesessies de bedrijfsurenteller achter
het startnummerbord loskoppelen.
6.9
Tankdop openen
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
- Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
- Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
- Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
- Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
- Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
- Adem geen brandstofdampen in.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
- Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
- Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
17
6
BEDIENINGSELEMENTEN
- Tankdop 1 tegen de klok in draaien en naar boven toe ver-
wijderen.
A01172-10
6.10
Tankdop sluiten
- Tankdop 1 plaatsen en met de klok mee draaien tot de
brandstoftank goed gesloten is.
Info
Slang van de brandstoftankontluchting 2 zonder
knikken leggen.
A01173-10
6.11
Koude-startknop
De koude-startknop 1 is onder aan het smoorklephuis aange-
bracht.
Bij koude motor en lage omgevingstemperatuur verlengt de elek-
tronische brandstofinspuiting de inspuittijd. Om de grotere hoe-
veelheid brandstof te verbranden, wordt er extra zuurstof aan de
motor toegevoerd door het uittrekken van de koude-startknop.
Als kort gas wordt gegeven en de gashendel dan wordt losge-
laten of de gashendel naar voren wordt gedraaid, springt de
koude-startknop terug in de uitgangspositie.
Info
Controleer of de koude-startknop is teruggekeerd naar de
uitgangspositie.
Mogelijke toestanden
• Koude-startknop geactiveerd - Koude-startknop is tot de
aanslag ingedrukt.
• Koude-startknop gedeactiveerd - Koude-startknop staat in
de uitgangspositie.
A01062-10
18
BEDIENINGSELEMENTEN
6
6.12
Regelschroef stationair toerental
De stationaire afstelling van de regelklep is van grote invloed op
het startgedrag, een stabiel stationair toerental en de response
bij het gas geven.
Een motor met een correct ingesteld stationair toerental start
makkelijker dan een motor met een verkeerd ingesteld stationair
toerental.
Het stationaire toerental wordt met de regelschroef stationair toe-
rental 1 afgesteld.
Als de regelschroef stationair toerental met de klok mee wordt
gedraaid, wordt het stationaire toerental hoger.
Als de regelschroef stationair toerental tegen de klok in wordt
gedraaid, wordt het stationaire toerental lager.
A01063-10
6.13
Versnellingshendel
De versnellingshendel 1 is aan de linkerkant van de motor
gemonteerd.
401950-10
De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van de
afbeelding.
De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2e
versnelling.
401950-13
19
6
BEDIENINGSELEMENTEN
6.14
Rempedaal
Het rempedaal 1 bevindt zich voor de rechter voetsteun.
Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.
401956-10
6.15
Plug-in standaard
De opname voor de plug-in standaard 1 is de linkerzijde van de
steekas.
De plug-in standaard wordt gebruikt voor het parkeren van de
motorfiets.
Bij het transporteren van de motorfiets wordt de
plug-in-standaard als vorkblokkering gebruikt.
Info
De plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.
H02629-10
Aan de opnamen van de plug-in standaard kan gereed-
schap worden bevestigd.
20
INBEDRIJFSTELLING
7
7.1
Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstelling
Gevaar
Gevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor
zichzelf en voor anderen.
- Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent.
- Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
- Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-
mede broek en jas met bescherming.
- Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke
voorschriften.
Waarschuwing
Gevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.
Verschillende profielen kunnen de controle over het voertuig aanzienlijk moeilijker maken.
- Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een niet-aangepaste rijwijze beïnvloedt het rijgedrag.
- Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder.
- Neem geen bijrijder mee.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting.
Als het rempedaal niet wordt vrijgegeven slijten de remplaketten ononderbroken.
- De voet van het rempedaal nemen, als u niet wilt afremmen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Totaal gewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag.
- Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen zijn eventueel niet met het voertuig vertrouwd.
- Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait.
- Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden.
Info
Houd er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van
overmatig lawaai.
-
Ervoor zorgen dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geau-
toriseerde Husqvarna Motorcycles-garage.
U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig.
-
Voor de eerste rit de gehele bedieningshandleiding doorlezen.
–
Met de bedieningselementen vertrouwd maken.
21
7
INBEDRIJFSTELLING
- Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. ( pag. 79)
- Uitgangspositie van de remhendel instellen. ( pag. 83)
- Uitgangspositie van het rempedaal instellen.
(
pag. 89)
– Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen.
(
pag. 117)
– Eerst op een hiervoor geschikt terrein wennen aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veelei-
sende tocht onderneemt.
Info
Dit voertuig is niet goedgekeurd voor het rijden op openbare wegen.
Bij het rijden op het terrein is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om
elkaar te assisteren.
- Ook eens zo langzaam mogelijk proberen te rijden en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motor-
fiets krijgt.
- Geen ritten maken die te moeilijk voor u zijn.
- Het stuur tijdens het rijden met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten.
- Geen bagage meenemen.
- Het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximaal toegestane aslasten aanhouden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal toegestaan totaalgewicht
335 kg
Hoogst toegestane asbelasting voor
145 kg
Maximale asbelasting achter
190 kg
– Motor inrijden. ( pag. 22)
7.2
Motor inrijden
– Tijdens de inrijperiode het aangegeven motortoerental en motorvermogen niet overschrijden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal motortoerental
Tijdens het eerste rij-uur
7.000 1/min
Maximaal motorvermogen
Tijdens de eerste 3 rij-uren
≤ 75 %
– Vol gas geven vermijden!
7.3
Startvermogen van lithium-ion-accu's bij lage temperaturen
Lithium-ion-accu's zijn veel lichter dan lood-zuur-accu's, heb-
ben een lage zelfontlading en bij temperaturen boven 6 °C (43 °F)
meer startvermogen.
Er kunnen meerdere startpogingen nodig zijn. Hiervoor 5 secon-
den lang de startknop indrukken en tussen de startpogingen
15 seconden wachten. Bij lage temperaturen een wachttijd van
30 seconden aanhouden. De onderbrekingen zijn noodzakelijk
zodat de ontstane warmte zich kan verdelen over de lithium-ion-
accu en de lithium-ion-accu niet beschadigd raakt.
Het startvermogen neemt toe met de opwarming.
402555-01
Let er steeds op dat de lithium-ion-accu opgeladen is zodat bij
lage temperaturen voldoende reserves voor de eerste start voor-
handen zijn.
Na 6 mislukte startpogingen niet meer verder starten, maar het
voertuig op andere defecten controleren.
22
INBEDRIJFSTELLING
7
7.4
Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandigheden
Info
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat of
modderig traject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten
duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het vol-
gende service-interval te controleren of te vervangen.
- Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
(
pag. 65)
Info
Luchtfilter ca. om de 30 minuten controleren.
- Elektrische stekkers controleren op vocht en roest. Controleren of ze goed vastzitten.
» Als ze vochtig, verroest of beschadigd zijn:
- Stekker reinigen en drogen, indien nodig vervangen.
Zwaardere gebruiksomstandigheden zijn:
- Rijden op droog zand. ( pag. 23)
- Rijden op nat zand. ( pag. 24)
- Rijden op nat en modderig circuit. ( pag. 24)
- Rijden bij hoge temperaturen of langzaam rijden. ( pag. 25)
- Rijden bij lage temperaturen of sneeuw. ( pag. 25)
7.5
Voertuig voor rijden op droog zand voorbereiden
- Luchtfilter-stofbescherming monteren.
Luchtfilter-stofbescherming (A46009620000)
Info
Montagehandleiding voor technisch toebehoren van
Husqvarna Motorcycles in acht nemen.
F03669-01
- Luchtfilter-zandbescherming monteren.
Luchtfilter-zandbescherming (A46006922000)
Info
Montagehandleiding voor technisch toebehoren van
Husqvarna Motorcycles in acht nemen.
F03670-01
23
7
INBEDRIJFSTELLING
- Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel ( pag. 143)
- Staalkettingwiel monteren.
- Ketting smeren.
Universele oliespray ( pag. 144)
- Radiateurlamellen reinigen.
- Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
600868-01
7.6
Voertuig voor rijden op nat zand voorbereiden
- Luchtfilter-waterbescherming monteren.
Luchtfilter-waterbescherming (A46006921000)
Info
Montagehandleiding voor technisch toebehoren van
Husqvarna Motorcycles in acht nemen.
F03669-01
- Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel ( pag. 143)
- Staalkettingwiel monteren.
- Ketting smeren.
Universele oliespray ( pag. 144)
- Radiateurlamellen reinigen.
- Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
600868-01
7.7
Voertuig voor rijden op nat en modderig circuit voorbereiden
- Luchtfilter-waterbescherming monteren.
Luchtfilter-waterbescherming (A46006921000)
Info
Montagehandleiding voor technisch toebehoren van
Husqvarna Motorcycles in acht nemen.
F03669-01
24
INBEDRIJFSTELLING
7
– Staalkettingwiel monteren.
- Motorfiets reinigen. ( pag. 123)
- Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
600868-01
7.8
Voertuig voor hoge temperaturen of langzaam rijden voorbereiden
- Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.
Info
De motorolie wordt snel heet als de koppeling wegens
een te lange secundaire overbrenging vaak moet wor-
den bediend.
- Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel ( pag. 143)
600868-01
- Radiateurlamellen reinigen.
- Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
- Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 109)
7.9
Voertuig voor lage temperaturen of sneeuw voorbereiden
- Luchtfilter-waterbescherming monteren.
Luchtfilter-waterbescherming (A46006921000)
Info
Montagehandleiding voor technisch toebehoren van
Husqvarna Motorcycles in acht nemen.
F03669-01
25
8
RIJ-INSTRUCTIES
8.1
Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstelling
Info
Telkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan
worden gereden.
Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.
-
Werking van de elektrische installatie controleren.
–
Motoroliepeil controleren. ( pag. 119)
–
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. ( pag. 84)
–
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren.
(
pag. 90)
–
Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem
controleren. ( pag. 86)
-
Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem
H02217-01
controleren. ( pag. 92)
-
Functie, toestand en vrije slagen van het remsysteem contro-
leren.
-
Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 109)
–
Vervuiling van de ketting controleren. ( pag. 72)
–
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding
controleren. ( pag. 75)
-
Kettingspanning controleren. ( pag. 73)
–
Bandentoestand controleren. ( pag. 100)
–
Bandenspanning controleren. ( pag. 100)
–
Spaakspanning controleren. ( pag. 101)
Info
De spaakspanning moet regelmatig worden gecontro-
leerd, omdat bij verkeerde spaakspanning de rijveilig-
heid ernstig nadelig wordt beïnvloed.
-
Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. ( pag. 50)
–
Vorkpoten ontluchten. ( pag. 50)
–
Luchtfilter controleren en indien nodig reinigen.
–
Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld
en soepel bewegen.
-
Alle schroeven, moeren en slangklemmen regelmatig op goed
vastzitten controleren.
-
Brandstofvoorraad controleren.
8.2
Voertuig starten
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot
gevolg hebben.
- Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.
- Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
26
RIJ-INSTRUCTIES
8
Aanwijzing
Motorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.
- Rij de motor altijd met een laag toerental warm.
- Plug-in-standaard 1 verwijderen.
- Versnelling in stationair schakelen.
H02629-10
Voorwaarde
Omgevingstemperatuur: < 20 °C
- Koude-startknop tot de aanslag indrukken.
- Startknop indrukken.
Info
Startknop maximaal 5 seconden indrukken. Tot de
volgende startpoging 15 seconden wachten.
Bij lage temperaturen een wachttijd van 30 secon-
400733-01
den aanhouden.
Bij temperaturen onder 6 °C (43 °F) kunnen er ver-
schillende startpogingen nodig zijn om de lithium-
ion-accu op te warmen, waardoor het startvermo-
gen wordt verhoogd.
Na 6 mislukte startpogingen niet meer verder star-
ten, maar het voertuig op andere defecten contro-
leren.
Tijdens het starten brandt het controlelampje sto-
ring.
8.3
Launch Control activeren
Info
De Launch Control ondersteunt de bestuurder bij de start van een race om optimaal op te trekken. Hier-
voor wordt het maximale toerental van de motor bij vol geopende smoorklep (vol gas) verlaagd en na de
start geleidelijk vrijgegeven tot aan het maximale toerental. De koppeling moet net zo nauwkeurig wor-
den gedoseerd als zonder actieve Launch Control.
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
De motor draait in stationair toerental.
De versnelling staat in stationair.
27
8
RIJ-INSTRUCTIES
- TC-knop 1 en QS-knop 2 gelijktijdig ingedrukt houden.
Het TC-controlelampje en het QS-controlelampje knippe-
ren, als de Launch Control is geactiveerd.
Info
Enkele seconden na de start wordt de Launch Control
automatisch gedeactiveerd.
De Launch Control wordt ook in de volgende gevallen
gedeactiveerd: na vol gas is de smoorklep meer dan
F03760-10
1/3 van de totale weg gesloten en/of binnen 3 minuten
is de motor niet gestart.
Om de Launch Control opnieuw te activeren, moet de
motor om veiligheidsredenen minstens 10 seconden
uitgeschakeld zijn geweest. Dit geldt zowel met als
zonder uitgevoerde start.
Als de motor al enige tijd heeft gedraaid, moet de
motor eerst opnieuw worden gestart voordat de
Launch Control kan worden geactiveerd.
8.4
Tractiecontrole activeren
Info
De tractiecontrole reduceert overmatige slip van het achterwiel voor meer controle en tractie, vooral bij
natte omstandigheden.
Als de tractiecontrole uitgeschakeld is, kan het achterwiel bij sterke acceleratie of op oppervlakken met
een lage hechting doordraaien.
De tractiecontrole kan ook tijdens het rijden worden in- en uitgeschakeld.
De laatst geselecteerde instelling is na opnieuw starten weer actief.
- TC-knop 1 indrukken om de tractiecontrole in of uit te
schakelen.
Voorgeschreven waarde
Motortoerental
≤ 4.000 1/min
Het TC-controlelampje brandt, als de tractiecontrole is
geactiveerd.
F03760-11
8.5
Beginnen met rijden
– Koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gelijktijdig
voorzichtig gas geven.
28
RIJ-INSTRUCTIES
8
8.6
Quickshifter
Als de Quickshifter is geactiveerd, kan zonder bediening van de
koppeling worden opgeschakeld.
Info
De Quickshifter is bij het opschakelen van versnelling 1
naar versnelling 2 niet geactiveerd, maar moet bij het
opschakelen van de koppelingshendel worden bediend.
Ook als de Quickshifter is geactiveerd, moet de koppe-
lingshendel voor het terugschakelen worden bediend.
Omdat de gashendel niet moet worden gesloten, kan zonder
onderbrekingen worden geschakeld.
De Quickshifter herkent aan de hand van de schakelaspositie of
er moet worden geschakeld en zendt een overeenkomstig sig-
naal naar de motorbesturing.
Als de Quickshifter is gedeactiveerd, moet bij elke keer schake-
len zoals gebruikelijk de koppeling worden bediend.
F03643-10
8.7
Quickshifter activeren
- QS-knop 1 indrukken om de Quickshifter in of uit te scha-
kelen.
Het QS-controlelampje brandt, als de Quickshifter is
geactiveerd.
Info
De Quickshifter is bij het opschakelen van versnel-
ling 1 naar versnelling 2 niet geactiveerd, maar moet
bij het opschakelen van de koppelingshendel worden
F03760-12
bediend.
Ook als de Quickshifter is geactiveerd, moet de
koppelingshendel voor het terugschakelen worden
bediend.
8.8
Schakelen, rijden
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel en
overbelast de motor.
- Schakel bij een hoog toerental niet terug naar een lagere versnelling.
Info
Als u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opne-
men met een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage.
De 1e versnelling is de start- of bergversnelling.
- Als de omstandigheden het toestaan (helling, rijsituatie etc.)
kunt u naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoor gas
29
8
RIJ-INSTRUCTIES
loslaten, tegelijkertijd koppelingshendel trekken, naar de vol-
gende versnelling schakelen, koppelingshendel vrijgeven en
gas geven.
-
Als u bij het starten de koude-startknop heeft bediend, kort
gas geven en de gashendel loslaten of de gashendel naar
voren draaien.
De koude-startknop keert terug in de uitgangspositie.
-
Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maxi-
male snelheid is bereikt, deze tot ¾ gas terugdraaien. Pas uw
snelheid aan de weggesteldheid en weersituatie aan. De snel-
heid verlaagt nauwelijks, maar er wordt aanmerkelijk minder
brandstof verbruikt.
-
Slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment aan-
kan - het abrupt opentrekken van de gashendel verhoogt het
verbruik.
-
Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelij-
kertijd gas terugnemen.
-
Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnel-
ling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gas
geven resp. nog een keer schakelen.
-
Motor uitschakelen bij langdurig stationair toerental of bij stil-
stand.
Voorgeschreven waarde
≥ 1 min
-
Regelmatig of langdurig slepen van de koppeling vermijden.
Daardoor verhit de motorolie, de motor en het koelsysteem.
-
Met een lager toerental rijden in plaats van met een hoger
toerental en slepende koppeling.
Voorwaarde
Quickshifter geactiveerd.
- Als de Quickshifter is geactiveerd, kan binnen het aange-
geven toerentalbereik worden opgeschakeld zonder de
koppelingshendel in te trekken.
Info
De Quickshifter is bij het opschakelen van versnel-
ling 1 naar versnelling 2 niet geactiveerd, maar
F03642-10
moet bij het opschakelen van de koppelingshen-
del worden bediend.
Het minimale motortoerental voor het opschakelen
in omwentelingen per minuut is weergegeven in de
afbeelding.
Trek de versnellingspook snel tot aan de aanslag
zonder de positie van de gashendel te veranderen.
Ook als de Quickshifter is geactiveerd, moet de
koppelingshendel voor het terugschakelen worden
bediend.
Als het schakelvermogen van de Quickshifter min-
der wordt, moet de Quickshifter opnieuw worden
geprogrammeerd.
30
RIJ-INSTRUCTIES
8
8.9
Afremmen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen.
- Pas de remwijze aan de rijsituatie en rijwegsituatie aan.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een poreus drukpunt van voor- en/of achterwielrem vermindert de remwer-
king.
- Controleer het remsysteem en rij pas verder, als het probleem is opgelost. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig.
- Rem meerdere keren voorzichtig om de remplaketten en remschijven te drogen en vuil te verwijde-
ren.
- Op een zandige, regennatte of gladde ondergrond zo veel mogelijk de achterwielrem gebruiken.
- Het remmen moet altijd voor het begin van de bocht zijn afgerond. Afhankelijk van de snelheid naar een
lagere versnelling schakelen.
- Tijdens langdurig bergaf rijden de remwerking van de motor gebruiken. Hiervoor een of twee versnellingen
terugschakelen, maar de motor niet overbelasten. Zo moet aanzienlijk minder worden geremd en raakt het
remsysteem niet oververhit.
8.10
Stoppen, parkeren
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen zijn eventueel niet met het voertuig vertrouwd.
- Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait.
- Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig
heet.
- Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als
deze voertuigcomponenten zijn afgekoeld.
- Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
Aanwijzing
Materiaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.
Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.
De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.
- Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
- Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.
- Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.
- Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.
- Motorfiets afremmen.
31
8
RIJ-INSTRUCTIES
- Versnelling in stationair schakelen.
- Uitschakelknop bij stationair toerental van de motor indrukken totdat de motor stilstaat.
- Motorfiets op vaste ondergrond parkeren.
8.11
Transporteren
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.
- Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.
- Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.
- Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.
- Motor uitzetten.
- Plug-in-standaard aan de vorkpoten monteren.
Plug-in-standaard (A46029094000)
Info
De plug-in-standaard maakt deel uit van de levering.
Zorg ervoor dat de remkabel voor de
plug-in-standaard verloopt en niet klemt.
H02628-01
- Motorfiets met spanriemen of andere geschikte bevestigings-
middelen borgen tegen omvallen en wegrollen.
Info
Spanriemen samentrekken tot plug-in-standaard ste-
vig tegen het spatbord en de banden ligt.
Op uitlijning van de plug-in-standaard ten opzichte
van de spatbordonderzijde letten.
401475-01
8.12
Brandstof tanken
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
- Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
- Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
- Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
- Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
- Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
32
RIJ-INSTRUCTIES
8
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
- Adem geen brandstofdampen in.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
Aanwijzing
Materiaalschade Door een slechte brandstofkwaliteit vervuilt het brandstoffilter.
In sommige landen en regio's is de beschikbare brandstofkwaliteit en -reinheid eventueel onvoldoende. Dit
leidt tot problemen in het brandstofsysteem.
- Tank uitsluitend schone brandstof die aan de aangegeven norm voldoet. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
- Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
- Motor uitzetten.
- Tankdop openen. ( pag. 17)
- Brandstoftank maximaal tot maat A met brandstof vullen.
Voorgeschreven waarde
35 mm
Maat A
Brandstof super loodvrij (ROZ 95)
7,2 l
(
pag. 141)
– Tankdop sluiten. ( pag. 18)
401522-10
33
9
SERVICESCHEMA
9.1
Extra informatie
Voor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de servicewerkzaamheden, moet een extra opdracht
worden verstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht.
Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen in uw land afwijkende service-intervallen gelden.
Bij gebruik onder bijzonder veeleisende omstandigheden, bijvoorbeeld zware regenval, modder, zand, sneeuw,
extreme temperaturen, groot aandeel volle last enz. kunnen kortere onderhoudsintervallen dan in de tabel aan-
gegeven noodzakelijk zijn.
In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten ver-
anderen. Het meest recente serviceschema is altijd te vinden op Husqvarna Motorcycles Dealer.net. Uw geau-
toriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer adviseert u graag.
9.2
Serviceschema
om de 24 maanden
om de 90 bedrijfsuren
om de 45 bedrijfsuren
om de 15 bedrijfsuren
na 1 bedrijfsuur
Foutgeheugen met Husqvarna Motorcycles-diagnosetool uitlezen.
○
●
●
●
●
Versnellingsherkenningssensor programmeren.
●
●
●
Werking van de elektrische installatie controleren.
○
●
●
●
12V-accu controleren en opladen.
○
●
●
●
●
Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controleren. ( pag. 86)
○
●
●
●
●
Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem controleren. ( pag. 92)
○
●
●
●
●
Remschijven controleren. ( pag. 83)
○
●
●
●
●
Remkabels controleren op beschadiging en dichtheid.
○
●
●
●
●
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. ( pag. 84)
○
●
●
Remvloeistof van de voorwielrem verversen.
●
●
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. ( pag. 90)
○
●
●
Remvloeistof van de achterwielrem verversen.
●
●
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling controleren/corrigeren. ( pag. 80)
●
Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen.
(
pag. 81)
●
●
Vrije slag van de remhendel controleren. ( pag. 83)
○
●
●
●
●
Vrije slag van het rempedaal controleren. ( pag. 89)
○
●
●
●
●
Stationair toerental controleren.
○
●
●
●
●
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef reinigen.
(
pag. 120)
○
●
●
●
●
Alle slangen (bijv. brandstof, radiateur, ontluchtings, aftapslangen enz.) en manchet-
○
●
●
●
●
ten controleren op scheuren, dichtheid en correcte legging.
Kabels controleren op beschadiging en leggen zonder knikken.
●
●
●
●
Bowdenkabels controleren op beschadiging, knikken en instelling.
●
●
●
●
Frame controleren.
(
pag. 77)
●
●
●
Achterbrug controleren.
(
pag. 77)
●
●
●
Achterbruglager op speling controleren.
●
●
Schokdemper-zwenklager op speling controleren.
●
●
Schokdemperbevestiging controleren.
●
●
●
Bandentoestand controleren. ( pag. 100)
●
●
●
●
Bandenspanning controleren. ( pag. 100)
●
●
●
●
Wiellager op speling controleren.
●
●
●
34
SERVICESCHEMA
9
om de 24 maanden
om de 90 bedrijfsuren
om de 45 bedrijfsuren
om de 15 bedrijfsuren
na 1 bedrijfsuur
Wielnaven controleren.
●
●
●
Velgslag controleren.
○
●
●
●
Spaakspanning controleren. ( pag. 101)
○
●
●
●
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. ( pag. 75)
○
●
●
●
Kettingspanning controleren. ( pag. 73)
○
●
●
●
●
Alle bewegende onderdelen (bijv. hendels, ketting enz.) smeren en controleren of ze
○
●
●
●
●
licht lopen.
Bougie en bougiedop vervangen.
●
●
Klepspeling controleren.
○
●
●
Brandstoffilter vervangen.
●
●
Koppeling controleren.
●
●
●
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
(
pag. 65)
●
●
●
●
Trechter in de inlaatmanchet in de luchtfilterbak controleren.
●
●
●
●
Glasvezelvulling van einddemper vervangen.
(
pag. 68)
●
●
Voorvorkservice uitvoeren.
●
●
Schokdemperservice uitvoeren.
●
●
Controleren of alle schroeven, moeren en slangklemmen goed vastzitten.
○
●
●
●
●
Brandstofzeef vervangen.
(
pag. 118)
○
●
●
●
●
Brandstofdruk controleren.
○
●
●
●
Antivries en koelmiddelpeil controleren. ( pag. 108)
●
●
Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 109)
○
●
Koelmiddel verversen. ( pag. 111)
●
Speling balhoofdlager controleren. ( pag. 56)
○
●
Balhoofdlager smeren.
(
pag. 57)
●
●
●
Klein motoronderhoud uitvoeren, inclusief demontage en montage van de motor. (Zui-
●
●
gers vervangen, cilinders controleren/opmeten. Cilinderkop controleren. Nokkenas en
klepaandrijfcomponenten controleren. Distributie controleren. Radiale keerringen en
afdichting van de waterpomp vervangen. Aanzuigflens vervangen. Inlaatmanchet ver-
vangen.)
Grote motorservice uitvoeren, motor is gedemonteerd. (Kleppen, klepveren, klepveer-
●
steunen en klepveerschotels vervangen. Drijfstang, drijfstanglager en kruktap vervan-
gen. Transmissie en versnelling controleren. Oliedrukregelklep controleren. Zuigpomp
vervangen. Drukpomp en smeersysteem controleren. Distributieketting vervangen. Alle
motorlagers en alle afdichtingen vervangen. Vrijloop vervangen.)
Eindcontrole: voertuig op bedrijfsveiligheid controleren.
○
●
●
●
●
Een proefrit maken.
○
●
●
●
●
Foutgeheugen met Husqvarna Motorcycles-diagnosetool na de proefrit uitlezen.
○
●
●
●
●
Service in het Husqvarna Motorcycles Dealer.net noteren.
○
●
●
●
●
○ Eenmalig interval
● Periodiek interval
35
10
CHASSIS AFSTELLEN
10.1
Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controleren
Info
Voor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen.
- Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken
en om beschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug
en frame te voorkomen moeten de basisinstelling en verings-
componenten bij het gewicht van de bestuurder passen.
- Husqvarna-motorfietsen zijn in de leveringstoestand ingesteld
op het standaardgewicht van een bestuurder (met complete
beschermende kleding).
Voorgeschreven waarde
Standaard bestuurdersge-
75 … 85 kg
wicht
- Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet
de basisinstelling van de veringscomponenten worden aan-
gepast.
- Kleinere afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzi-
gen van de veervoorspanning van de schokdemper worden
gecompenseerd, bij grotere afwijkingen moeten aangepaste
veren worden gemonteerd.
401030-01
10.2
Luchtvering XACT
In de voorvork WP XACT wordt een luchtvering gebruikt.
Bij dit systeem bevindt de vering zich in de linker voorvorkpoot
en de demping in de rechter voorvorkpoot.
Aangezien de voorvorkveren niet nodig zijn, wordt een aanzienlijk
gewichtsvoordeel bereikt ten opzichte van conventionele voor-
vorken. Ook het reageren op kleine oneffenheden wordt aanzien-
lijk verbeterd.
Onder normale rij-omstandigheden zorgt alleen een luchtkussen
voor de vering. Als eindslag bevindt zich een stalen veer in de
linkervorkpoot.
Info
Als de voorvork regelmatig doorslaat, moet de luchtdruk
in de voorvork worden verhoogd om beschadiging van de
voorvork en het frame te voorkomen.
De luchtdruk in de voorvork kan met een voorvorkpomp snel
worden aangepast aan het bestuurdersgewicht, de omstandighe-
den van het terrein en de wens van de bestuurder. De voorvork
hoeft niet te worden gedemonteerd. De ingewikkelde montage
van hardere of zachtere vorkveren kan achterwege blijven.
F03629-01
Als de luchtkamer als gevolg van een beschadigde pakking lucht
zou verliezen, zakt de voorvork desondanks toch niet door. De
lucht wordt in dit geval in de vork tegengehouden. De veerweg
blijft grotendeels behouden. De demping wordt harder en het
rijcomfort neemt af.
De demping kan net als bij een conventionele vork qua ingaand
en uitgaand niveau worden ingesteld.
36
CHASSIS AFSTELLEN
10
De instelling van de uitgaande demping bevindt zich aan de
onderzijde van de rechter vorkpoot.
De instelling van de ingaande demping bevindt zich aan de
onderzijde van de rechter vorkpoot.
10.3
Ingaande demping schokdemper
De ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken: highspeed en lowspeed.
High- en lowspeed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid.
De highspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed op de landing na een sprong. Het
achterwiel veert daarbij snel in.
De lowspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed bij het rijden over lange hobbels op
de ondergrond. Het achterwiel veert daarbij langzaam in.
Beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high- en lowspeed is echter vloeiend.
Daarom zijn wijzigingen in het highspeedbereik van de ingaande demping ook van invloed op het
lowspeedbereik en omgekeerd.
10.4
Ingaande demping lowspeed van de schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvak-
kundig uit elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
- Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag
van dienst.)
Info
De lowspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper langzaam tot
normaal inveert.
Voorwerk
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
Hoofdwerk
- Instelelement 1 tot de aanslag met de klok mee draaien.
- Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken
tegen de klok in draaien.
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping lowspeed (FC 250 EU)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
F03639-11
Sport
13 klikken
Ingaande demping lowspeed (FC 250 US)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
37
10
CHASSIS AFSTELLEN
Nawerk
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
10.5
Ingaande demping highspeed van de schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvak-
kundig uit elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
- Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag
van dienst.)
Info
De highspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper snel inveert.
Voorwerk
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
Hoofdwerk
- Instelelement 1 tot de aanslag met de klok mee draaien.
- Afhankelijk van het schokdempertype een aantal slagen
tegen de klok in draaien.
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping highspeed (FC 250 EU)
Comfort
2 omw
Standaard
1,5 omw
F03639-10
Sport
1 omw
Ingaande demping highspeed (FC 250 US)
Comfort
2 omw
Standaard
1,5 omw
Sport
1 omw
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
Nawerk
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
10.6
Uitgaande demping van de schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvak-
kundig uit elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
- Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag
van dienst.)
38
CHASSIS AFSTELLEN
10
– Instelelement 1 met de klok mee draaien tot de laatste
voelbare klik.
- Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken
tegen de klok in draaien.
Voorgeschreven waarde
Uitgaande demping (FC 250 EU)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
F03640-10
Sport
13 klikken
Uitgaande demping (FC 250 US)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het
uitveren.
10.7
Maat achterwiel zonder belasting bepalen
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Veerwegmal in de achterwielas positioneren en de afstand tot
de markering SAG op het achterspatbord meten.
Veerwegmal (00029090200)
- Waarde als maat A noteren.
402415-10
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
39
10
CHASSIS AFSTELLEN
10.8
Statische veerweg schokdemper controleren
- Maat A achterwiel zonder belasting bepalen. ( pag. 39)
- De motorfiets met behulp van iemand die assisteert rechtop
houden.
- Opnieuw met de veerwegmal de afstand tussen de achter-
wielas en de markering SAG op het achterspatbord meten.
- Waarde als maat B noteren.
Info
De statische veerweg is het verschil tussen maat A
en B.
- Statische veerweg controleren.
Statische veerweg
35 mm
(FC 250 EU)
Statische veerweg
35 mm
(FC 250 US)
» Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aan-
gegeven maat:
402416-10
- Veervoorspanning van de schokdemper instellen.
(
pag. 41)
10.9
Dynamische veerweg schokdemper controleren
- Maat A achterwiel zonder belasting bepalen. ( pag. 39)
- Met behulp van een persoon, die de motorfiets vasthoudt,
gaat de bestuurder met volledige beschermende kleding in
een normale zitpositie (voeten op de voetsteunen) op de
motorfiets zitten en beweegt enkele keren op en neer.
De achterwielophanging slingert zo in de juiste positie.
- Een tweede persoon meet nu opnieuw met de veerwegmal
de afstand tussen de achterwielas en de markering SAG op
het achterspatbord.
- Waarde als maat C noteren.
Info
De dynamische veerweg is het verschil tussen
maat A en C.
- Dynamische veerweg controleren.
Dynamische veerweg
105 mm
(FC 250 EU)
402417-10
Dynamische veerweg
105 mm
(FC 250 US)
» Als de dynamische veerweg afwijkt van de aangegeven
maat:
- Dynamische veerweg instellen.
(
pag. 42)
40
CHASSIS AFSTELLEN
10
10.10
Veervoorspanning schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvak-
kundig uit elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
- Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag
van dienst.)
Info
Voor het wijzigen van de veervoorspanning de actuele instelling noteren - bijvoorbeeld veerlengte
meten.
Voorwerk
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
- Framebescherming demonteren. ( pag. 51)
- Einddemper demonteren. ( pag. 68)
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
- Schokdemper demonteren.
(
pag. 59)
– Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
Hoofdwerk
-
Schroef 1 losdraaien.
–
Stelring 2 draaien tot de veer volledig ontspannen is.
Haaksleutel (90129051000)
Info
Als de veer niet geheel kan worden ontspannen, moet
de veer worden gedemonteerd voor een nauwkeurige
meting van de veerlengte.
-
Totale veerlengte in ontspannen toestand meten.
–
Veer door het draaien van de stelring 2 op de aangegeven
maat A spannen.
Voorgeschreven waarde
Veervoorspanning
8 mm
(FC 250 EU)
Veervoorspanning
8 mm
(FC 250 US)
F03627-10
Info
Afhankelijk van de statische of dynamische veerweg
kan een hogere of lagere veervoorspanning nodig zijn.
-
Schroef 1 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stelring
M5
5 Nm
schokdemper
Nawerk
- Schokdemper monteren.
(
pag. 60)
– Einddemper monteren. ( pag. 68)
41
10
CHASSIS AFSTELLEN
- Framebescherming monteren. ( pag. 52)
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
- Vrije slag van het rempedaal controleren. ( pag. 89)
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
10.11
Dynamische veerweg instellen
Voorwerk
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
- Framebescherming demonteren. ( pag. 51)
- Einddemper demonteren. ( pag. 68)
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
- Schokdemper demonteren.
(
pag. 59)
– Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
Hoofdwerk
- Een passende veer kiezen en monteren.
Voorgeschreven waarde
Veerconstante (FC 250 EU)
Gewicht bestuurder: 65
42 N/mm
… 75 kg
Gewicht bestuurder: 75
45 N/mm
… 85 kg
B00292-10
Gewicht bestuurder: 85
48 N/mm
… 95 kg
Veerconstante (FC 250 US)
Gewicht bestuurder: 65
39 N/mm
… 75 kg
Gewicht bestuurder: 75
42 N/mm
… 85 kg
Gewicht bestuurder: 85
45 N/mm
… 95 kg
Info
De veerconstante staat vermeld op de buitenkant van
de veer.
Nawerk
- Schokdemper monteren.
(
pag. 60)
– Einddemper monteren. ( pag. 68)
- Framebescherming monteren. ( pag. 52)
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
- Vrije slag van het rempedaal controleren. ( pag. 89)
- Statische veerweg van de schokdemper controleren.
(
pag. 40)
– Dynamische veerweg van de schokdemper controleren.
(
pag. 40)
– Uitgaande demping van de schokdemper instellen.
(
pag. 38)
– Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
42
CHASSIS AFSTELLEN
10
10.12
Basisinstelling voorvork controleren
Info
Bij de voorvork kan om verschillende redenen geen exacte dynamische veerweg worden vastgelegd.
- Kleinere afwijkingen van het bestuurdersgewicht kunnen wor-
den gecompenseerd door de vorkluchtdruk.
- Als de voorvork echter vaker doorslaat (harde eindaanslag bij
het inveren) moet de vorkluchtdruk volgens de voorschriften
worden verhoogd om beschadiging aan voorvork en frame te
voorkomen.
- Als de voorvork na langdurig gebruik hard aanvoelt, moeten
de vorkpoten worden ontlucht.
401000-01
10.13
Voorvorkluchtdruk instellen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Wijzigingen aan de instelling van het chassis kunnen het rijgedag sterk beïn-
vloeden.
Niet op elkaar afgestemde wijzigingen van de basisinstelling van het chassis kunnen het rijgedrag aan-
zienlijk verslechteren en componenten overbelasten.
- Voer instellingen alleen binnen het aanbevolen bereik uit.
- Rij na wijzigingen eerst langzaam, om het rijgedrag te kunnen inschatten.
Info
De luchtdruk op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor onder dezelfde omstandigheden
controleren of instellen.
De luchtvering bevindt zich in de linker vorkpoot. De in- en uitgaande demping bevinden in de rechter
vorkpoot.
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Beschermkap 1 verwijderen.
- Vorkpomp 2 helemaal in elkaar schuiven.
Vorkpomp (79412966100)
Info
De vorkpomp wordt bij de motor geleverd.
A01166-10
- Vorkpomp op de linker vorkpoot aansluiten.
Het display van de vorkpomp wordt automatisch inge-
schakeld.
Bij het aansluiten ontsnapt wat lucht uit de vorkpoot.
43
10
CHASSIS AFSTELLEN
Info
Dit komt door het volume van de slang en is geen
defect van de vorkpomp of voorvork.
Bijgevoegde handleiding voor technisch toebehoren
van Husqvarna Motorcycles in acht nemen.
-
Luchtdruk volgens de richtlijn instellen.
Voorgeschreven waarde
Luchtdruk (FC 250 EU)
10,3 bar
Luchtdruk (FC 250 US)
10,5 bar
Verandering in de luchtdruk
0,2 bar
stapsgewijs met
Minimale luchtdruk
7 bar
Maximale luchtdruk
12 bar
Info
Luchtdruk nooit buiten de aangegeven grenswaarden
instellen.
-
Vorkpomp van de linker vorkpoot loskoppelen.
Bij het loskoppelen ontsnapt overdruk uit de slang, niet
uit de vorkpoot.
Het display van de vorkpomp schakelt na 80 seconden
automatisch uit.
-
Beschermkap monteren.
Info
Beschermkap alleen met de hand monteren.
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
10.14
Ingaande demping voorvork instellen
Info
De hydraulische ingaande demping bepaalt het gedrag bij het inveren van de voorvork.
- Instelelement 1 tot de aanslag met de klok mee draaien.
Info
Het stelelement 1 bevindt zich aan het bovenste uit-
einde van de rechter vorkpoot.
- Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de
klok in draaien.
A01167-10
44
CHASSIS AFSTELLEN
10
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping (FC 250 EU)
Comfort
17 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
7 klikken
Ingaande demping (FC 250 US)
Comfort
17 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
7 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het
inveren.
10.15
Uitgaande demping voorvork instellen
Info
De hydraulische uitgaande demping bepaalt het gedrag bij het uitveren van de voorvork.
- Instelelement 1 tot de aanslag met de klok mee draaien.
Info
Het stelelement 1 bevindt zich aan het onderste uit-
einde van de rechter vorkpoot.
- Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de
klok in draaien.
Voorgeschreven waarde
Z01370-10
Uitgaande demping (FC 250 EU)
Comfort
17 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
7 klikken
Uitgaande demping (FC 250 US)
Comfort
23 klikken
Standaard
18 klikken
Sport
13 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het
uitveren.
45
10
CHASSIS AFSTELLEN
10.16
Stuurpositie
De boringen op de stuuradapter 1 zijn op afstand A van het
midden geplaatst.
Afstand boorgaten
3,5 mm
A
Het stuur kan in 2 verschillende posities worden gemonteerd.
Daardoor is het mogelijk het stuur in de aangenaamste positie
voor de bestuurder te zetten.
Info
Bovendien kan het stuur star of met rubberlagers worden
gemonteerd.
A01168-10
10.17
Stuurpositie instellen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een gerepareerd stuur vormt een veiligheidsrisico.
Als het stuur werd verbogen of uitgelijnd, treedt materiaalmoeheid op. Hierdoor kan het stuur breken.
- Vervang het stuur, als het stuur is verbogen of beschadigd.
Info
Het stuur kan star of met rubberlagers worden gemonteerd.
Voorwerk
- Stuurbescherming verwijderen.
46
CHASSIS AFSTELLEN
10
Hoofdwerk
- Schroeven 1 verwijderen. Stuurklem 2 verwijderen. Stuur
verwijderen en opzij leggen.
Info
Componenten door afdekken tegen beschadiging
beschermen.
Kabels en leidingen niet knikken.
- Schroeven 7 en bus 6 verwijderen. Stuuradapter 3 ver-
wijderen.
Stuurpositie instellen met stuuradapter op rubberlagers
- Rubberbussen 4 en 5 positioneren.
- Stuuradapter in de gewenste stand zetten.
Info
De stuuradapter is aan één zijde langer en hoger.
- Schroeven 7 met bus 6 monteren en vastdraaien.
A01169-10
Voorgeschreven waarde
Schroef stuur-
M10
40 Nm
adapter
Loctite®243™
– Stuur positioneren.
Info
Erop letten dat de kabels en leidingen correct wor-
den gelegd.
- Stuurklem 2 positioneren.
- Schroeven 1 monteren, maar nog niet vastdraaien.
- Stuurklem met schroeven 1 eerst aan de langere,
hogere zijde van de stuuradapters tegen elkaar
schroeven.
- Schroeven 1 gelijkmatig vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuurklem
M8
20 Nm
47
10
CHASSIS AFSTELLEN
Stuurpositie instellen met starre stuuradapter
- Stuuradapter in de gewenste stand zetten.
Info
De stuuradapter is aan één zijde langer en hoger.
- Schroeven 7 met bussen 8 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuur-
M10
40 Nm
adapter
Loctite®243™
Bus stuuradapter star (A46001038010)
De conische zijde van de bus is omlaag gericht.
- Stuur positioneren.
Info
Erop letten dat de kabels en leidingen correct wor-
den gelegd.
A01170-10
- Stuurklem 2 positioneren.
- Schroeven 1 monteren, maar nog niet vastdraaien.
- Stuurklem met schroeven 1 eerst aan de langere,
hogere zijde van de stuuradapters tegen elkaar
schroeven.
- Schroeven 1 gelijkmatig vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuurklem
M8
20 Nm
Nawerk
- Stuurbescherming monteren.
48
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.1
Motorfiets met hefbok opkrikken
Aanwijzing
Materiaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.
Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.
De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.
- Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
- Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
- Motorfiets aan het frame onder de motor opkrikken.
Hefbok (81329955100)
Beide wielen hebben geen contact met de grond.
- Motorfiets borgen tegen omvallen.
401942-01
11.2
Motorfiets van hefbok nemen
Aanwijzing
Materiaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.
Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.
De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.
- Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
- Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
- Motorfiets van hefbok nemen.
- Hefbok verwijderen.
- Voor het parkeren van de motorfiets de plug-in-standaard 1
in de linkerkant van de steekas steken.
Plug-in-standaard (A46029094000)
Info
De plug-in-standaard maakt deel uit van de levering.
H02629-10
De plug-in-standaard verwijderen voordat u gaat rij-
den.
49
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11.3
Vorkpoten ontluchten
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Ontluchtingsschroeven 1 losdraaien.
Als de druk te hoog is, dan verdwijnt de overtollige druk
uit de binnenruimte van de voorvork.
- Ontluchtingsschroeven vastdraaien.
A01215-10
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
11.4
Vuilschrapers vorkpoten reinigen
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
- Voorvorkprotector demonteren. ( pag. 51)
Hoofdwerk
- Vuilschrapers 1 van beide vorkpoten naar beneden schui-
ven.
Info
De vuilschrapers schrapen stof en grof vuil van de bin-
nenpoot af. In de loop van de tijd kan er vuil achter te
vuilschrapers terechtkomen. Als deze vervuiling niet
wordt verwijderd, kunnen de daarachter liggende olie-
F03666-10
keerringen gaan lekken.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Olie of vet op de remschij-
ven vermindert de remwerking.
- Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
- Reinig de remschijven indien nodig met remreini-
gingsmiddel.
- Vuilschrapers en de binnenpoten aan beide vorkpoten reini-
gen en smeren met olie.
Universele oliespray ( pag. 144)
- Vuilschrapers terugduwen in de inbouwpositie.
- Overtollige olie verwijderen.
Nawerk
- Voorvorkprotector monteren. ( pag. 51)
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
50
////////////////////////////////////////// |
||
|
|
|