|
|
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.5
Voorvorkprotector demonteren
- Schroeven 1 verwijderen en klem verwijderen.
- Schroeven 2 verwijderen en linker voorvorkprotector verwij-
deren.
- Schroeven 3 verwijderen en rechter voorvorkprotector ver-
wijderen.
A01213-10
11.6
Voorvorkprotector monteren
- Voorvorkprotector op linker vorkpoot positioneren. Schroe-
ven 1 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M6
10 Nm
ven chassis
- Remkabel en klem positioneren. Schroeven 2 monteren en
vastdraaien.
- Voorvorkprotector op rechter vorkpoot positioneren. Schroe-
A01213-11
ven 3 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M6
10 Nm
ven chassis
11.7
Framebescherming demonteren
Voorwerk
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
Hoofdwerk
- Kabelbinders verwijderen.
- Schroeven 1 met bussen verwijderen.
- Linker framebescherming verwijderen.
- Rechter framebescherming naar voren schuiven en naar
beneden verwijderen.
T04408-10
51
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11.8
Framebescherming monteren
Hoofdwerk
- Linker framebescherming positioneren.
- Rechter framebescherming van onder plaatsen en naar ach-
teren schuiven.
- Schroeven 1 met bussen monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef framebe-
M5
3 Nm
scherming
T04408-10
- Framebescherming met kabelbinders vastzetten.
Nawerk
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
11.9
Vorkpoten demonteren
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
- Voorwiel demonteren.
(
pag. 96)
Hoofdwerk
- Schroeven 1 verwijderen en klem verwijderen.
- Schroeven 2 verwijderen en remzadels verwijderen.
- Remzadel met remkabel spanningsvrij opzij hangen.
Info
Remhendel niet bedienen als het voorwiel is gede-
monteerd.
A01067-10
- Schroeven 3 losdraaien. Vorkpoot links verwijderen.
- Schroeven 4 losdraaien. Vorkpoot rechts verwijderen.
A01189-10
11.10
Vorkpoten monteren
Hoofdwerk
- Vorkpoten positioneren.
De ontluchtingsschroef 1 van de rechter vorkpoot is
naar voren geplaatst.
De klep A van de linker vorkpoot wijst naar voren.
F03665-11
52
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
Info
Aan het bovenste einde van de vorkpoten zijn aan de
zijkant groeven ingefreesd. De tweede ingefreesde
groef (van boven) moet door de bovenkant van de
bovenste kroonplaat worden afgesloten.
De luchtvering bevindt zich in de linker vorkpoot. De
in- en uitgaande demping bevinden in de rechter vork-
poot.
-
Schroeven 2 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
M8
17 Nm
kroonplaat
-
Schroeven 3 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste
M8
12 Nm
kroonplaat
A01189-11
-
Remzadel positioneren. Schroeven 4 monteren en vast-
draaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remza-
M8
25 Nm
del voor
Loctite®243™
–
Remkabel en klem positioneren. Schroeven 5 monteren en
vastdraaien.
A01067-11
Nawerk
- Voorwiel monteren.
(
pag. 97)
11.11
Onderste kroonplaat demonteren
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
- Voorwiel demonteren.
(
pag. 96)
– Vorkpoten demonteren.
(
pag. 52)
– Startnummerbord demonteren. ( pag. 58)
- Spatbord voor demonteren. ( pag. 58)
- Stuurbescherming verwijderen.
Hoofdwerk
- Schroef 1 verwijderen. Kabelstreng losmaken.
- Schroef 2 verwijderen.
- Schroef 3 verwijderen.
- Bovenste kroonplaat met stuur verwijderen en opzij leggen.
Info
Componenten door afdekken tegen beschadiging
A01190-10
beschermen.
Kabels en leidingen niet knikken.
53
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
- Balhoofdafdichting 4 verwijderen.
- Onderste kroonplaat met vorkbuis verwijderen.
- Bovenste balhoofdlager verwijderen.
A01070-10
11.12
Onderste kroonplaat monteren
Hoofdwerk
- Lagers en afdichtelementen reinigen, op beschadiging con-
troleren en invetten.
Smeervet met hoge viscositeit ( pag. 144)
- Onderste kroonplaat met vorkbuis plaatsen. Bovenste bal-
hoofdlager monteren.
- Balhoofdafdichting 1 erop schuiven.
A01192-10
- Bovenste kroonplaat met stuur positioneren.
- Schroef 2 monteren, maar nog niet vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd
M20x1,5
12 Nm
boven
A01190-11
- Vorkpoten positioneren.
De ontluchtingsschroef 3 van de rechter vorkpoot is
naar voren geplaatst.
De klep A van de linker vorkpoot wijst naar voren.
F03764-10
54
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
Info
Aan het bovenste einde van de vorkpoten zijn groeven
in de zijkant gefreesd. De tweede ingefreesde groef
(van boven) moet door de bovenkant van de bovenste
kroonplaat worden afgesloten.
De luchtvering bevindt zich in de linker vorkpoot. De
in- en uitgaande demping bevinden in de rechter vork-
poot.
- Schroeven 4 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste
M8
12 Nm
kroonplaat
A01198-10
- Schroef 2 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd
M20x1,5
12 Nm
boven
A01191-11
- Schroef 5 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vork-
M8
20 Nm
buis boven
Loctite®243™
A01191-10
- Met een kunststofhamer zacht op de bovenste kroonplaat
kloppen om spanning te voorkomen.
- Schroeven 6 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
M8
17 Nm
kroonplaat
- Kabelboom met kabelhouder links vastmaken. Schroef 7
monteren en vastdraaien.
A01198-11
55
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
- Remzadel positioneren. Schroeven 8 monteren en vast-
draaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remza-
M8
25 Nm
del voor
Loctite®243™
– Remkabel en klem positioneren. Schroeven 9 monteren en
vastdraaien.
A01067-12
Nawerk
- Spatbord voor monteren. ( pag. 59)
- Stuurbescherming monteren.
- Startnummerbord monteren. ( pag. 58)
- Voorwiel monteren.
(
pag. 97)
– Controleren of kabelboom, bowdenkabels, rem- en koppe-
lingsleiding vrij kunnen bewegen en of ze goed zijn gelegd.
- Speling balhoofdlager controleren. ( pag. 56)
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
11.13
Speling balhoofdlager controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verkeerde speling van het balhoofdlager beïnvloedt het rijgedrag negatief en
beschadigt componenten.
- Corrigeer verkeerde speling van het balhoofdlager onmiddellijk. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Info
Als er gedurende langere tijd wordt gereden met speling in de balhoofdlagers, beschadigen de lagers en
daardoor ook de lagerzittingen in het frame.
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Stuur in de rechtuitstand zetten. Vorkpoten in rijrichting voor-
en achteruit bewegen.
Er mag geen speling in de balhoofdlager te voelen zijn.
» Als er speling voelbaar is:
- Speling balhoofdlager instellen.
(
pag. 57)
– Stuur over het gehele stuurbereik heen en weer bewegen.
H01167-01
Het stuur moet eenvoudig kunnen worden bewogen over
het gehele stuurbereik. Er mogen geen blokkeringen te
voelen zijn.
» Als er blokkeringen voelbaar zijn:
- Speling balhoofdlager instellen.
(
pag. 57)
– Balhoofdlager controleren en indien nodig vervangen.
56
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
11.14
Speling balhoofdlager instellen
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
- Stuurbescherming verwijderen.
Hoofdwerk
- Schroeven 1 losdraaien.
- Schroef 2 verwijderen.
- Schroef 3 losdraaien en weer vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd
M20x1,5
12 Nm
boven
- Met een kunststofhamer zacht op de bovenste kroonplaat
A10214-10
kloppen om spanning te voorkomen.
- Schroeven 1 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
M8
17 Nm
kroonplaat
- Schroef 2 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vork-
M8
20 Nm
buis boven
Loctite®243™
Nawerk
- Speling balhoofdlager controleren. ( pag. 56)
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
- Stuurbescherming monteren.
11.15
Balhoofdlager smeren
- Onderste kroonplaat demonteren.
(
pag. 53)
– Onderste kroonplaat monteren.
(
pag. 54)
Info
Het balhoofdlager wordt bij montage en demontage
van de onderste kroonplaat gereinigd en gesmeerd.
H02387-01
57
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11.16
Startnummerbord demonteren
- Schroef 1 verwijderen.
- Startnummerbord van de remleiding halen en verwijderen.
A01216-10
11.17
Startnummerbord monteren
- Remkabel in de houders A aan het startnummerbord positi-
oneren.
- Startnummerbord positioneren. Schroef 1 monteren en
vastdraaien.
De uitsteeksels grijpen in het spatbord.
A01216-11
11.18
Spatbord voor demonteren
Voorwerk
- Startnummerbord demonteren. ( pag. 58)
Hoofdwerk
- Schroeven 1 en 2 verwijderen. Spatbord voor verwijde-
ren.
A01174-10
58
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.19
Spatbord voor monteren
Hoofdwerk
- Spatbord voor positioneren. Schroeven 1 en 2 monteren
en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef spatbord
M6
12 Nm
A01174-10
Nawerk
- Startnummerbord monteren. ( pag. 58)
11.20
Schokdemper demonteren
Voorwerk
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
- Framebescherming demonteren. ( pag. 51)
- Einddemper demonteren. ( pag. 68)
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Schroef 1 verwijderen.
- Schroefverbinding 2 verwijderen.
Info
De achterbrug iets optillen, zodat de schroeven
gemakkelijker kunnen worden verwijderd.
W00036-10
- Schroeven 3 verwijderen.
- Achterste remcilinder van de drukstang verwijderen.
W00051-10
59
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
- Aansluitstuk van de ketting verwijderen.
- Ketting verwijderen.
Info
Componenten door afdekken tegen beschadiging
beschermen.
F03702-01
- Moer 4 verwijderen en achterbrugbout verwijderen.
- Achterbrug naar achteren schuiven en tegen omvallen bevei-
ligen.
W00053-10
- Schokdemper vasthouden en schroef 5 verwijderen.
- Schokdemper voorzichtig naar onder toe verwijderen.
W00055-10
11.21
Schokdemper monteren
Hoofdwerk
- Schokdemper voorzichtig van beneden af in het voertuig
positioneren.
- Schroef 1 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schok-
M10
60 Nm
demper boven
Loctite®2701™
A01101-10
- Achterbrug positioneren en achterbrugbout monteren.
Info
Op het vlakke punt A letten.
- Moer 2 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer achterbrug-
M16x1,5
100 Nm
bout
F03705-10
60
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
- Ketting monteren.
- Ketting met schakel 3 verbinden.
Voorgeschreven waarde
De gesloten zijde van de kettingslotborging moet in de
looprichting wijzen.
F03702-12
-
Achterste remcilinder aanbrengen.
De drukstang 4 grijpt in de remcilinder.
Info
Op juiste plaatsing van de vuilschraper letten.
-
Schroeven 5 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
F03706-10
Resterende schroe-
M6
10 Nm
ven chassis
-
Haakse hendel en verbindingshendel positioneren.
–
Schroefverbinding 6 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer verbindings-
M16x1,5
80 Nm
hendel aan haakse
hendel
Info
F03704-10
Op het vlakke punt B letten.
-
Schroef 7 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schok-
M10
60 Nm
demper onder
Loctite®2701™
Info
De achterbrug iets optillen, zodat de schroef gemak-
kelijker kan worden gemonteerd.
Nawerk
- Einddemper monteren. ( pag. 68)
- Framebescherming monteren. ( pag. 52)
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
- Vrije slag van het rempedaal controleren. ( pag. 89)
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
61
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11.22
Zadel verwijderen
Voorzichtig
Gevaar voor verbranding De spanningsregelaar wordt tijdens bedrijf van het voertuig heet.
- Laat de spanningsregelaar afkoelen, alvorens met de werkzaamheden te beginnen.
- Schroef 1 verwijderen.
A01193-10
- Zadel richting de brandstoftank trekken en naar boven toe
verwijderen.
A01194-10
11.23
Zadel monteren
- Zadel voor aan de flensbussen bevestigen en gelijktijdig naar
achteren schuiven.
Uitsteeksels grijpen achter in de uitsparingen.
- Ervoor zorgen dat het zadel goed vergrendeld is.
A01197-10
62
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
- Schroef 1 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef zadelbeves-
M6
8 Nm
tiging
A01193-10
11.24
Deksel luchtfilterbak demonteren
Voorwaarde
Deksel luchtfilterbak vastgezet.
- Schroef 1 verwijderen.
A01177-10
- Deksel luchtfilterbak in bereik A eraf trekken en zijde-
lings naar voren schuiven. Deksel luchtfilterbak verwijde-
ren.
A01177-11
Voorwaarde
Deksel luchtfilterbak niet vastgezet.
- Deksel luchtfilterbak in bereik A eraf trekken en zijde-
lings naar voren schuiven. Deksel luchtfilterbak verwijde-
ren.
A01177-11
63
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11.25
Deksel luchtfilterbak monteren
Voorwaarde
Deksel luchtfilterbak vastgezet.
- Deksel luchtfilterbak in bereik A vasthaken en in
bereik B vergrendelen.
Info
Een luchtfilterkast-deksel met openingen voor gro-
tere luchtdoorvoer en directe respons bevindt zich
in de leveromvang.
A01178-10
- Schroef 1 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef deksel
EJOT PT®
5 Nm
luchtfilterbak
K60x20-Z
A01177-10
Voorwaarde
Deksel luchtfilterbak niet vastgezet.
- Deksel luchtfilterbak in bereik A vasthaken en in
bereik B vergrendelen.
Info
Een luchtfilterkast-deksel met openingen voor gro-
tere luchtdoorvoer en directe respons bevindt zich
in de leveromvang.
A01178-10
64
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.26
Luchtfilter demonteren
Aanwijzing
Motorschade Ongefilterde aanzuiglucht heeft een negatief effect op de levensduur van de motor.
Zonder luchtfilter dringen stof en vuil in de motor.
- Gebruik het voertuig altijd met luchtfilter.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Voorwerk
- Deksel luchtfilterbak demonteren. ( pag. 63)
Hoofdwerk
- Bevestigingslip 1 losmaken.
- Luchtfilter met luchtfilterhouder verwijderen.
- Luchtfilter van luchtfilterhouder verwijderen.
A01179-10
11.27
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Info
Luchtfilter niet reinigen met brandstof of petroleum aangezien deze middelen de schuimstof aanvreten.
Voorwerk
- Deksel luchtfilterbak demonteren. ( pag. 63)
- Luchtfilter demonteren.
(
pag. 65)
Hoofdwerk
- Luchtfilter in een speciale reinigingsvloeistof grondig wassen
en goed laten drogen.
Reinigingsmiddel voor luchtfilter ( pag. 143)
Info
Luchtfilter alleen uitdrukken, in geen geval uitwringen.
- Droog luchtfilter smeren met een hoogwaardige luchtfilterolie.
F03685-01
Olie voor luchtfilters van schuimstof ( pag. 143)
- Luchtfilterbak reinigen.
65
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
- Zuigstukken reinigen en controleren of ze niet zijn bescha-
digd en goed vastzitten.
Nawerk
- Luchtfilter monteren.
(
pag. 66)
– Deksel luchtfilterbak monteren. ( pag. 64)
11.28
Luchtfilter monteren
Hoofdwerk
- Schoon luchtfilter op de luchtfilterhouder monteren.
Info
De markering op de luchtfilterhouder moet omhoog
gericht zijn.
- Luchtfilter in het bereik A invetten.
Duurzaam vet ( pag. 143)
F03779-10
- Luchtfilter plaatsen en borgpen 1 in bus B positioneren.
Het luchtfilter is correct gepositioneerd.
Info
De markering op het luchtfilter moet omhoog gericht zijn.
- Bevestigingslip 2 inhaken.
De borgpen 3 wordt door de bevestigingsklem 2 op
F03778-10
zijn plaats gehouden.
Info
Wanneer het luchtfilter niet correct gemonteerd is,
kunnen stof en vuil in de motor dringen en schade ver-
oorzaken.
Nawerk
- Deksel luchtfilterbak monteren. ( pag. 64)
66
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.29
Deksel luchtfilterbak vastzetten
Voorwerk
- Deksel luchtfilterbak demonteren. ( pag. 63)
Hoofdwerk
- Bij de markering A een gat boren.
Voorgeschreven waarde
Diameter
6 mm
A01090-10
Nawerk
- Deksel luchtfilterbak monteren. ( pag. 64)
11.30
Zijdeksel rechts demonteren
- Rechter zijdeksel 1 in het bereik A losmaken, in het
bereik B naar voren schuiven en losmaken en in het
bereik C losmaken.
Info
Als het zijdeksel niet compleet moet worden gede-
monteerd, kan het zijdeksel in het bereik C ingehaakt
blijven en alleen worden opengeklapt.
A01195-10
- Rechter zijdeksel verwijderen.
11.31
Zijdeksel rechts monteren
- Rechter zijdeksel 1 aanbrengen.
- Het zijdeksel in het bereik A met druk inhaken, in het
bereik B inhaken en naar achteren schuiven.
Voorgeschreven waarde
Zijbekleding in het bereik A van achteren tegenhouden.
Info
Als het zijdeksel alleen was opengeklapt, moet het
zijdeksel in het bereik A niet meer worden ingehaakt.
- Het zijdeksel in het bereik C in de rubberen bus drukken.
Voorgeschreven waarde
Ervoor zorgen dat het zijdeksel in de bereiken A, B
en C correct is ingehaakt.
A01196-10
67
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11.32
Einddemper demonteren
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig heet.
- Laat het uitlaatsysteem afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
- Veer 1 losmaken.
Veerhaak (50305017000C1)
- Schroeven 2 met ringen verwijderen en einddemper verwij-
deren.
A01181-10
11.33
Einddemper monteren
- Einddemper plaatsen.
- Schroeven 1 met ringen monteren, maar nog niet vast-
draaien.
- Veer 2 vasthaken.
Veerhaak (50305017000C1)
- Schroeven 1 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
A01181-11
Resterende schroe-
M6
10 Nm
ven chassis
11.34
Glasvezelvulling van einddemper vervangen
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig heet.
- Laat het uitlaatsysteem afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
Info
Na enige tijd vervluchtigen de vezels van de glasvezelvulling naar buiten, de demper "brandt" uit.
Naast een hoger geluidsniveau verandert daardoor ook de vermogenskarakteristiek.
Voorwerk
- Einddemper demonteren. ( pag. 68)
68
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
Hoofdwerk
- Schroeven 1 op de einddemper verwijderen.
- Eindkap 2 en O-ring 3 verwijderen.
- Glasvezelvulling 4 uit de eindkap trekken.
- Glasvezelvulling 5 van de binnenpoot trekken.
- Onderdelen die weer worden gemonteerd reinigen en contro-
leren of deze beschadigd zijn.
- Nieuwe glasvezelvulling 5 op de binnenpoot monteren.
- Nieuwe glasvezelvulling 4 in de eindkap positioneren.
- O-ring en eindkap in de buitenpoot 6 steken.
- Schroeven 1 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroeven van eind-
M5
7 Nm
demper
F03637-10
Nawerk
- Einddemper monteren. ( pag. 68)
11.35
Brandstoftank demonteren
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
- Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
- Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
- Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
- Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
- Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
- Adem geen brandstofdampen in.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
- Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.
Voorwerk
- Zadel verwijderen. ( pag. 62)
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
69
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Hoofdwerk
- Stekker 1 van brandstofpomp loskoppelen.
- Snelsluitkoppeling 2 grondig met perslucht reinigen.
Info
Er mag in geen geval vuil in de brandstofleiding
terechtkomen. Binnengedrongen vuil verstopt de
inspuitklep!
H04981-10
- Snelsluitkoppeling loskoppelen.
Info
Uit de brandstofslang kan nog wat resterende brand-
stof stromen.
- Wasdopset 3 monteren.
Waskappenset (81212016100)
H04982-10
- Slang van de brandstoftankontluchting van de brandstoftank-
dop trekken.
- Schroef 4 met rubberbus verwijderen.
H04983-10
- Schroeven 5 met flensbussen verwijderen.
A01185-11
- Beide spoilers naar de zijkant van de radiateur trekken en
brandstoftank naar boven toe verwijderen.
A01185-12
70
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.36
Brandstoftank monteren
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
- Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
- Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
- Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
- Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
- Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.
-
Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
–
Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
–
Adem geen brandstofdampen in.
–
Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
–
Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
-
Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
Hoofdwerk
- Controleren of gaskabel correct is gelegd. ( pag. 77)
- Brandstoftank positioneren en beide spoilers aan de zijkant
van de radiateur vasthaken.
- Erop letten dat er geen kabels of bowdenkabels klem raken
of worden beschadigd.
- Slang van de brandstoftankontluchting van de brandstoftank-
dop aanbrengen.
- Schroeven 1 met flensbussen monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
A01185-10
Schroef brandstof-
M6
6 Nm
tankspoiler aan radi-
ateur
- Schroef 2 met rubberbus monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M6
10 Nm
ven chassis
H04983-11
71
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
- Stekker 3 van de brandstofpomp verbinden.
- Wasdopset verwijderen en snelsluitkoppeling grondig met
perslucht reinigen.
Info
Er mag in geen geval vuil in de brandstofleiding
terechtkomen. Binnengedrongen vuil verstopt de
inspuitklep!
H04981-11
- Siliconenspray op een pluisvrije doek sproeien en O-ring van
de snelsluitkoppeling licht smeren.
Siliconenspray ( pag. 143)
- Snelsluitkoppeling 4 van de brandstofleiding verbinden.
Info
Kabels en brandstofleiding op een veilige afstand van
het uitlaatsysteem leggen.
Nawerk
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
- Zadel monteren. ( pag. 62)
11.37
Kettingvervuiling controleren
- Ketting controleren op grove vervuiling.
» Als de ketting erg vuil is:
- Ketting reinigen. ( pag. 72)
400678-01
11.38
Ketting reinigen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Smeermiddel op de banden vermindert de grip van de banden.
- Verwijder smeermiddel met een geschikt reinigingsmiddel van de banden.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Olie of vet op de remschijven vermindert de remwerking.
- Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
- Reinig de remschijven indien nodig met remreinigingsmiddel.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
72
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
Info
De levensduur van de ketting is voor een groot deel afhankelijk van het onderhoud.
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Grove vervuiling afspoelen met een zachte waterstraal.
- Verbruikte smeerresten met een kettingreiniger verwijderen.
Kettingreinigingsmiddel ( pag. 143)
- Na het drogen kettingspray aanbrengen.
Kettingspray offroad ( pag. 143)
400725-01
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
11.39
Kettingspanning controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een verkeerde kettingspanning beschadigt componenten en leidt tot onge-
vallen.
Als de ketting te strak gespannen is, sluiten de ketting, het ketting-aandrijfwiel, het kettingwiel
alsmede transmissie- en achterwiellagers sneller. Sommige componenten kunnen bij overbelasting
scheuren of breken.
Als de ketting te los is, kan de ketting van het ketting-aandrijfwiel of van het kettingwiel vallen. Hier-
door blokkeert het achterwiel of wordt de motor beschadigd.
- Controleer de kettingspanning regelmatig.
- Stel de kettingspanning in zoals voorgeschreven.
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Ketting aan het einde van het onderste glijblok omhoog trek-
ken en de kettingspanning A bepalen.
Info
Het onderste deel van de ketting 1 moet daarbij
gespannen zijn.
Kettingen slijten niet altijd gelijkmatig, daarom moet
de meting op verschillende plekken van de ketting
F03680-10
worden herhaald.
Kettingspanning
58 … 61 mm
» Als de kettingspanning niet overeenkomt met de voorge-
schreven waarde:
- Kettingspanning instellen. ( pag. 74)
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
73
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11.40
Kettingspanning instellen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een verkeerde kettingspanning beschadigt componenten en leidt tot onge-
vallen.
Als de ketting te strak gespannen is, sluiten de ketting, het ketting-aandrijfwiel, het kettingwiel
alsmede transmissie- en achterwiellagers sneller. Sommige componenten kunnen bij overbelasting
scheuren of breken.
Als de ketting te los is, kan de ketting van het ketting-aandrijfwiel of van het kettingwiel vallen. Hier-
door blokkeert het achterwiel of wordt de motor beschadigd.
-
Controleer de kettingspanning regelmatig.
–
Stel de kettingspanning in zoals voorgeschreven.
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
- Kettingspanning controleren. ( pag. 73)
Hoofdwerk
- Moer 1 losdraaien.
- Moeren 2 losdraaien.
- Kettingspanning door het draaien van de stelschroeven 3
links en rechts instellen.
Voorgeschreven waarde
Kettingspanning
58 … 61 mm
Stelschroeven 3 links en rechts zodanig draaien dat de
markeringen aan de linker en rechter kettingspanner in
dezelfde positie staan t.o.v. de referentiemarkeringen A.
Zo is het achterwiel correct uitgelijnd.
- Moeren 2 vastdraaien.
- Controleren of de kettingspanners 4 tegen de stelschroe-
ven 3 liggen.
- Moer 1 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achter
M22x1,5
80 Nm
F03681-10
Info
Door het grote instelbereik van de kettingspanner
(32 mm) kunnen bij gelijke kettinglengte verschillende
secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners 4 kunnen 180° worden gedraaid.
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
74
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.41
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
-
Versnelling in stationair schakelen.
–
Ketting, kettingwiel en ketting-aandrijfwiel op slijtage contro-
leren.
» Als ketting, kettingwiel of ketting-aandrijfwiel versleten
zijn:
- Aandrijfset vervangen.
Info
400227-01
Ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en ketting
moeten altijd samen worden vervangen.
-
Aan het bovenste deel van de ketting met het aangegeven
gewicht A trekken.
Voorgeschreven waarde
Gewicht voor meting van de
10 … 15 kg
kettingslijtage
-
De afstand B van 18 kettingschakels aan het onderste deel
van de ketting meten.
Info
Kettingen slijten niet altijd gelijkmatig, daarom moet
de meting op verschillende plekken van de ketting
worden herhaald.
Maximale afstand B van
272 mm
18 kettingschakels op het
langste stuk van de ketting
» Als de afstand B groter is dan de aangegeven maat:
- Aandrijfset vervangen.
400987-10
Info
Als een nieuwe ketting wordt gemonteerd,
moeten ook het kettingwiel en het ketting-
aandrijfwiel worden vervangen.
Nieuwe kettingen slijten sneller op een oud,
versleten kettingwiel of ketting-aandrijfwiel.
75
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
- Glijblok op slijtage controleren.
» Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op
dezelfde hoogte of onder het bovenste glijblok bevindt:
- Bovenste glijblok vervangen.
- Controleren of het glijblok goed vastzit.
» Als het glijblok loszit:
- Schroeven van het glijblok vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef
M6
6 Nm
bovenste
Loctite®243™
glijblok
A01086-10
- Onderste glijblok op slijtage controleren.
» Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op
dezelfde hoogte of onder onderste glijblok bevindt:
- Onderste glijblok vervangen.
- Controleren of het onderste glijblok goed vastzit.
» Als het onderste glijblok loszit:
- Schroef van het onderste glijblok vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste
M8
15 Nm
glijblok
A01087-10
- Kettinggeleiding met een schuifmaat op maat C controle-
ren.
Minimale dikte C van de
6 mm
kettinggeleiding
» Als de voorgeschreven waarde niet wordt bereikt:
- Kettinggeleiding vervangen.
F03687-10
76
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
- Controleren of de kettinggeleiding goed vastzit.
» Als de kettinggeleiding loszit:
- Schroeven van de kettinggeleiding vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef ket-
M6
10 Nm
tinggeleiding
aan achter-
brug voor
F03682-01
Schroef ket-
M6
10 Nm
tinggeleiding
Loctite®243™
aan achter-
brug achter
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
11.42
Frame controleren
- Frame op beschadiging, scheurvorming en vervorming con-
troleren.
» Als het frame beschadigd, gescheurd of vervormd is:
- Frame vervangen.
Voorgeschreven waarde
Reparaties aan het frame zijn niet toegestaan.
F03645-01
11.43
Achterbrug controleren
- Achterbrug op beschadiging, scheurvorming en vervorming
controleren.
» Als de achterbrug beschadigd, gescheurd of vervormd is:
- Achterbrug vervangen.
Info
Een beschadigde achterbrug altijd vervan-
gen. Reparatie van de achterbrug staat Husq-
varna Motorcycles niet toe.
F03646-01
11.44
Gaskabellegging controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen De gasbowdenkabel kan bij verkeerde montage geknikt, ingeklemd of
geblokkeerd worden.
Als de gasbowdenkabel geknikt, ingeklemd of geblokkeerd is, kan de snelheid niet meer worden
gecontroleerd.
- Controleer of de montage van de gaskabel en de speling van de gaskabel aan de voorschriften vol-
doen.
77
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Voorwerk
- Zadel verwijderen. ( pag. 62)
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
- Brandstoftank demonteren.
(
pag. 69)
Hoofdwerk
- Controleren of gaskabel correct is gelegd.
Beide gaskabels moeten naast elkaar aan de achterkant
van het stuur, boven de brandstoftankrol, naar het smoor-
klephuis gelegd zijn. Beide gasbowdenkabels moeten ach-
ter de rubberband van de brandstoftankhouder geborgd
zijn.
» Als de gaskabel niet op de voorgeschreven wijze is
gelegd:
- Gaskabel correct leggen.
A01085-10
Nawerk
- Brandstoftank monteren.
(
pag. 71)
– Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
- Zadel monteren. ( pag. 62)
11.45
Rubberen stuurcovers controleren
- Rubberen stuurcovers aan stuur controleren op beschadiging
en slijtage. Controleren of de stuurcovers goed vastzitten.
Info
De rubberen stuurcovers zijn links op een huls en
rechts op de handgreep van de gashendel gevulka-
niseerd. De linker huls is op het stuur vastgeklemd.
De rubberen stuurcover kan alleen worden vervangen
met de huls of de gasbuis.
401197-01
» Als een rubberen stuurcover beschadigd of versleten is:
- Rubberen stuurcover vervangen.
- Schroef 1 op goede bevestiging controleren.
Voorgeschreven waarde
Schroef vaste
M4
5 Nm
handgreep
Loctite®243™
De ruit A moet zoals op de afbeelding zijn gepositio-
neerd.
F03684-10
78
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.46
Quickshifter programmeren
Info
Als het schakelvermogen van de Quickshifter minder wordt, moet de Quickshifter opnieuw worden
geprogrammeerd.
- Werkstappen voor het starten uitvoeren. ( pag. 26)
- QS-knop 1 minstens 10 seconden ingedrukt houden.
QS-controlelampje knippert.
- Koppelingshendel intrekken, in de 1e versnelling zetten en de
schakelhendel gedurende minstens een seconde nog verder
omlaag drukken tot de schakelhendel stopt.
- QS-knop 1 kort indrukken.
QS-controlelampje brandt blauw, programmeren was
F03760-12
succesvol.
Info
Als de Quickshifter niet kan worden geactiveerd, was
het programmeren niet succesvol en moet het worden
herhaald.
11.47
Uitgangspositie koppelingshendel instellen
- Uitgangspositie van de koppelingshendel met de
stelschroef 1 aanpassen aan de grootte van de hand.
Info
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid,
komt de koppelingshendel dichter bij het stuur te
staan.
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid,
komt de koppelingshendel verder van het stuur af te
F03647-11
staan.
Het instelbereik is beperkt.
Stelschroef alleen met de hand draaien, geen geweld
gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
79
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11.48
Vloeistofpeil hydraulische koppeling controleren/corrigeren
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar remvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
- Voorkom contact van remvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als remvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts opzoeken, als accugassen in
de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er remvloeistof op is gekomen.
Info
Het vloeistofpeil stijgt naarmate de koppelingsplaten zijn versleten.
Ervoor zorgen dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen, omdat remvloeistof
lak aantast.
- Het aan het stuur gemonteerde voorraadreservoir van de
hydraulische koppeling in een horizontale positie zetten.
- Schroeven 1 verwijderen.
- Deksel 2 met membraan 3 verwijderen.
- Vloeistofpeil controleren.
Vloeistofpeil lager dan
4 mm
bovenkant van reservoir
» Als het vloeistofpeil niet overeenkomt met de voorge-
H04933-10
schreven waarde:
- Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrige-
ren.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 ( pag. 142)
- Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en
vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met
water afspoelen.
80
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
11
11.49
Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar remvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
- Voorkom contact van remvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als remvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts opzoeken, als accugassen in
de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er remvloeistof op is gekomen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Info
Het vloeistofpeil stijgt naarmate de koppelingsplaten zijn versleten.
Ervoor zorgen dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen, omdat remvloeistof
lak aantast.
- Het aan het stuur gemonteerde voorraadreservoir van de
hydraulische koppeling in een horizontale positie zetten.
- Schroeven 1 verwijderen.
- Deksel 2 met membraan 3 verwijderen.
H04933-10
- Ontluchtingsspuit 4 met de juiste vloeistof vullen.
Spuit (50329050000)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 ( pag. 142)
- De beschermkap van de koppelingsnemercilinder verwijderen
en ontluchtingsspuit 4 met passend stuk slang aan de ont-
luchtingsschroef 5 monteren.
- Aan de koppelingsnemercilinder de ontluchtingsschroef 5
slechts zover losdraaien, totdat deze gevuld kan worden.
H04934-10
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met
water afspoelen.
Ervoor zorgen dat de remvloeistof niet in aanraking
komt met gelakte onderdelen, omdat remvloeistof lak
aantast.
Uitsluitend schone remvloeistof uit een gesloten ver-
pakking gebruiken.
81
11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
- Nu zo lang de vloeistof in het systeem spuiten tot deze zon-
der luchtbellen uit de boring 6 van de koppelingscilinder
stroomt.
- Tussendoor vloeistof uit het reservoir van de koppelingscilin-
der afzuigen om overstromen te voorkomen.
- Ontluchtingsschroef vastdraaien, ontluchtingsspuit met slang
verwijderen. Beschermkap monteren.
- Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
Voorgeschreven waarde
H04932-10
Vloeistofpeil lager dan
4 mm
bovenkant van reservoir
- Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en
vastdraaien.
82
REMSYSTEEM 12
12.1
Vrije slag remhendel controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting.
Als er aan het rempedaal voor de voorwielrem geen vrije slag aanwezig is, bouwt zich in het remsys-
teem druk op de voorwielrem op.
-
Stel de vrije slag aan de handremhendel op de voorgeschreven wijze in.
- Remhendel naar voren duwen en vrije slag A controleren.
Vrije slag remhendel
≥ 3 mm
» Als de vrije slag niet overeenkomt met de voorgeschreven
waarde:
- Uitgangspositie van de remhendel instellen.
(
pag. 83)
F03649-10
12.2
Uitgangspositie van de remhendel instellen
Voorwerk
- Vrije slag van de remhendel controleren. ( pag. 83)
Hoofdwerk
- Uitgangspositie van de remhendel met de stelschroef 1 aan
de grootte van de hand aanpassen.
Info
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid,
komt de remhendel verder van het stuur af te staan.
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid,
komt de remhendel dichter bij het stuur te staan.
F03648-12
Het instelbereik is beperkt.
Stelschroef alleen met de hand draaien, geen geweld
gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
12.3
Remschijven controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Versleten remschijven verminderen de remwerking.
- Zorg ervoor dat versleten remschijven onmiddellijk worden vervangen. (De geautoriseerde Husq-
varna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
83
12
REMSYSTEEM
- Dikte van de remschijven voor en achter op meerdere plek-
ken van de remschijf op de maat A controleren.
Info
Door slijtage kan de dikte van de remschijf in het
bereik van het raakvlak van de remplaketten
verminderen.
Remschijven - slijtagegrens
H00938-10
voor
2,5 mm
achter
3,5 mm
» Als de dikte van de remschijf minder is dan de voorge-
schreven waarde:
- Remschijf van voorwielrem vervangen.
- Remschijf van achterwielrem vervangen.
- Remschijven voor en achter op beschadiging, scheuren en
vervorming controleren.
» Als de remschijf beschadigd, gescheurd of vervormd is:
- Remschijf van voorwielrem vervangen.
- Remschijf van achterwielrem vervangen.
12.4
Remvloeistofpeil voorwielrem controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij onvoldoende onderhoud.
Als het remvloeistofpeil onder de aangegeven markering of de aangegeven waarde daalt, is het rem-
systeem ondicht of zijn de remplaketten versleten.
- Controleer het remsysteem en rij pas verder, als het probleem is opgelost. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verouderde of ongeschikte remvloeistof schaadt de werking van het rem-
systeem.
- Controleer of de remvloeistof van de voor- en achterwielrem overeenkomstig het serviceschema
wordt ververst. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Controleer of alleen schone, goedgekeurde remvloeistof uit een goed gesloten container wordt
gebruikt. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Voorwerk
- Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem
controleren. ( pag. 86)
Hoofdwerk
- Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir horizon-
taal zetten.
- Remvloeistofpeil controleren op het kijkglas 1.
» Als het remvloeistofpeil onder de markering A is
gedaald:
- Remvloeistof van de voorwielrem bijvullen.
(
pag. 85)
F03689-10
84
REMSYSTEEM 12
12.5
Remvloeistof van de voorwielrem bijvullen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij onvoldoende onderhoud.
Als het remvloeistofpeil onder de aangegeven markering of de aangegeven waarde daalt, is het rem-
systeem ondicht of zijn de remplaketten versleten.
- Controleer het remsysteem en rij pas verder, als het probleem is opgelost. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar remvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
- Voorkom contact van remvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als remvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts opzoeken, als accugassen in
de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er remvloeistof op is gekomen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verouderde of ongeschikte remvloeistof schaadt de werking van het rem-
systeem.
- Controleer of de remvloeistof van de voor- en achterwielrem overeenkomstig het serviceschema
wordt ververst. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Controleer of alleen schone, goedgekeurde remvloeistof uit een goed gesloten container wordt
gebruikt. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Info
Ervoor zorgen dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen, omdat remvloeistof
lak aantast.
Voorwerk
- Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem
controleren. ( pag. 86)
85
12
REMSYSTEEM
Hoofdwerk
- Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir horizon-
taal zetten.
- Schroeven 1 verwijderen.
- Deksel 2 met membraan 3 verwijderen.
- Remvloeistof tot maat A bijvullen.
Voorgeschreven waarde
5 mm
Maat A (remvloeistofpeil
lager dan bovenkant reser-
voir)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 ( pag. 142)
- Deksel 2 met membraan 3 positioneren. Schroeven 1
monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met
water afspoelen.
F03694-10
12.6
Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Versleten remvoeringen verminderen de remwerking.
- Zorg ervoor dat versleten remvoeringen onmiddellijk worden vervangen. (De geautoriseerde Husq-
varna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Remvoeringen op minimale voeringdikte A controleren.
≥ 1 mm
Minimale voeringdikte A
» Als de voeringdikte dunner is dan de minimale voering-
dikte:
- Remplaketten van de voorwielrem vervangen.
(
pag. 87)
– Remvoeringen op beschadiging en scheuren controleren.
» Als er beschadigingen of scheuren te zien zijn:
M02047-10
- Remplaketten van de voorwielrem vervangen.
(
pag. 87)
– Borging de remvoeringen controleren.
» Als de remvoeringen niet correct zijn bevestigd:
- Remvoeringen borgen, evt. nieuwe onderdelen
gebruiken.
86
REMSYSTEEM 12
12.7
Remplaketten van de voorwielrem vervangen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Door ondeskundig onderhoud valt het remsysteem uit.
- Zorg ervoor dat servicewerkzaamheden en reparaties vakkundig worden uitgevoerd. (De geautori-
seerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar remvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
- Voorkom contact van remvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als remvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts opzoeken, als accugassen in
de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er remvloeistof op is gekomen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verouderde of ongeschikte remvloeistof schaadt de werking van het rem-
systeem.
- Controleer of de remvloeistof van de voor- en achterwielrem overeenkomstig het serviceschema
wordt ververst. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Controleer of alleen schone, goedgekeurde remvloeistof uit een goed gesloten container wordt
gebruikt. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Olie of vet op de remschijven vermindert de remwerking.
- Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
- Reinig de remschijven indien nodig met remreinigingsmiddel.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Info
Ervoor zorgen dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen, omdat remvloeistof
lak aantast.
- Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir horizon-
taal zetten.
- Schroeven 1 verwijderen.
- Deksel 2 met membraan 3 verwijderen.
F03690-10
87
12
REMSYSTEEM
- Schroeven 4 verwijderen.
- Remplaketten terugduwen op de remschijf door het remza-
del licht naar de zijkant te kantelen. Remzadel voorzichtig
omhoog van de remschijf trekken.
- Remzuiger terug in de uitgangspositie duwen en ervoor zor-
gen dat er geen remvloeistof uit het remvloeistofreservoir
stroomt, indien nodig afzuigen.
Info
A01183-10
Remhendel niet bedienen als remzadel verwijderd is.
- De splitpennen 5 verwijderen, de bouten 6 eruit trekken
en remplaketten verwijderen.
- Remzadel en remzadeldrager reinigen.
F03696-10
- Controleren of het veerblad 7 in het remzadel en de
remplaket-glijplaat 8 in de remzadeldrager correct
gemonteerd zijn.
F03692-10
- Nieuwe remplaketten plaatsen, bouten 6 erin steken en de
splitpennen 5 monteren.
Info
Remplaketten altijd per set vervangen.
Voor een gemakkelijkere montage van de bout, de
remplaketten tegen de borgveer drukken.
Op juiste plaatsing van de remplaketten en borgveer
letten.
F03696-10
- Remzadel positioneren.
- Schroeven 4 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remza-
M8
25 Nm
del voor
Loctite®243™
– Remhendel meerdere keren bedienen tot de remplaketten
tegen de remschijf liggen en er een drukpunt aanwezig is.
A01184-10
88
REMSYSTEEM 12
- Remvloeistofpeil corrigeren tot maat A.
Voorgeschreven waarde
5 mm
Maat A (remvloeistofpeil
lager dan bovenkant reser-
voir)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 ( pag. 142)
- Deksel 2 met membraan 3 positioneren.
- Schroeven 1 monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met
water afspoelen.
F03693-10
12.8
Vrije slag rempedaal controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting.
Als er aan het rempedaal voor de achterwielrem geen vrije slag aanwezig is, bouwt zich in het remsys-
teem druk op de achterwielrem op.
- Stel de vrije slag aan de hendel voor het rempedaal op de voorgeschreven wijze in.
- Veer 1 losmaken.
- Rempedaal tussen eindaanslag en voetremcilinderzuiger
heen en weer bewegen en vrije slag A controleren.
Voorgeschreven waarde
Vrije slag rempedaal
3 … 5 mm
» Als de vrije slag niet overeenkomt met de voorgeschreven
waarde:
- Uitgangspositie van het rempedaal instellen.
402026-10
(
pag. 89)
– Veer 1 vasthaken.
12.9
Uitgangspositie van het rempedaal instellen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting.
Als er aan het rempedaal voor de achterwielrem geen vrije slag aanwezig is, bouwt zich in het remsys-
teem druk op de achterwielrem op.
- Stel de vrije slag aan de hendel voor het rempedaal op de voorgeschreven wijze in.
89
12
REMSYSTEEM
- Veer 1 losmaken.
- Moer 4 losdraaien en met drukstang 5 terugdraaien tot-
dat de maximale vrije slag is bereikt.
- Voor de individuele aanpassing van de uitgangspositie van
het rempedaal moer 2 losdraaien en schroef 3 draaien.
Info
Het instelbereik is beperkt.
- Drukstang 5 zoveel draaien tot de vrije slag A bereikt is.
Eventueel uitgangspositie van het rempedaal aanpassen.
Voorgeschreven waarde
Vrije slag rempedaal
3 … 5 mm
– Drukstang 5 tegenhouden en moer 4 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende moeren
M6
10 Nm
chassis
V01355-10
- Schroef 3 tegenhouden en moer 2 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer pedaalhende-
M8
20 Nm
laanslag
- Veer 1 vasthaken.
12.10
Remvloeistofpeil achterwielrem controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij onvoldoende onderhoud.
Als het remvloeistofpeil onder de aangegeven markering of de aangegeven waarde daalt, is het rem-
systeem ondicht of zijn de remplaketten versleten.
- Controleer het remsysteem en rij pas verder, als het probleem is opgelost. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verouderde of ongeschikte remvloeistof schaadt de werking van het rem-
systeem.
- Controleer of de remvloeistof van de voor- en achterwielrem overeenkomstig het serviceschema
wordt ververst. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Controleer of alleen schone, goedgekeurde remvloeistof uit een goed gesloten container wordt
gebruikt. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Voorwerk
- Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem
controleren. ( pag. 92)
90
REMSYSTEEM 12
Hoofdwerk
- Voertuig rechtop zetten.
- Remvloeistofpeil controleren op het kijkglas 1.
» Als het remvloeistofpeil onder de markering A is
gedaald:
- Remvloeistof van de achterwielrem bijvullen.
(
pag. 91)
A01084-10
12.11
Remvloeistof achterwielrem bijvullen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij onvoldoende onderhoud.
Als het remvloeistofpeil onder de aangegeven markering of de aangegeven waarde daalt, is het rem-
systeem ondicht of zijn de remplaketten versleten.
- Controleer het remsysteem en rij pas verder, als het probleem is opgelost. (De geautoriseerde
Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar remvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
- Voorkom contact van remvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als remvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts opzoeken, als accugassen in
de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er remvloeistof op is gekomen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verouderde of ongeschikte remvloeistof schaadt de werking van het rem-
systeem.
- Controleer of de remvloeistof van de voor- en achterwielrem overeenkomstig het serviceschema
wordt ververst. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Controleer of alleen schone, goedgekeurde remvloeistof uit een goed gesloten container wordt
gebruikt. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Info
Ervoor zorgen dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen, omdat remvloeistof
lak aantast.
Voorwerk
- Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem
controleren. ( pag. 92)
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
- Framebescherming demonteren. ( pag. 51)
91
12
REMSYSTEEM
Hoofdwerk
- Voertuig rechtop zetten.
- Schroefdop 1 met membraan 2 en keerring verwijderen.
- Remvloeistof tot de markering A vullen.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 ( pag. 142)
- Schroefdop met membraan en keerring monteren en vast-
draaien.
T04401-01
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met
water afspoelen.
Nawerk
- Framebescherming monteren. ( pag. 52)
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
12.12
Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Versleten remvoeringen verminderen de remwerking.
- Zorg ervoor dat versleten remvoeringen onmiddellijk worden vervangen. (De geautoriseerde Husq-
varna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Remvoeringen op minimale voeringdikte A controleren.
≥ 1 mm
Minimale voeringdikte A
» Als de voeringdikte dunner is dan de minimale voering-
dikte:
- Remplaketten van de achterwielrem vervangen.
(
pag. 92)
– Remvoeringen op beschadiging en scheuren controleren.
» Als er beschadigingen of scheuren te zien zijn:
H00322-10
- Remplaketten van de achterwielrem vervangen.
(
pag. 92)
– Borging de remvoeringen controleren.
» Als de remvoeringen niet correct zijn bevestigd:
- Remvoeringen borgen, evt. nieuwe onderdelen
gebruiken.
12.13
Remplaketten van de achterwielrem vervangen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Door ondeskundig onderhoud valt het remsysteem uit.
- Zorg ervoor dat servicewerkzaamheden en reparaties vakkundig worden uitgevoerd. (De geautori-
seerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
92
REMSYSTEEM 12
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof is gevaarlijk voor de gezondheid.
- Bewaar remvloeistof buiten het bereik van kinderen.
- Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
- Voorkom contact van remvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts, als remvloeistof werd ingeslikt.
- Bij contact met de huid desbetreffende plek met veel water afspoelen.
- Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts opzoeken, als accugassen in
de ogen zijn gekomen.
- Wissel uw kleding, als er remvloeistof op is gekomen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verouderde of ongeschikte remvloeistof schaadt de werking van het rem-
systeem.
- Controleer of de remvloeistof van de voor- en achterwielrem overeenkomstig het serviceschema
wordt ververst. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
- Controleer of alleen schone, goedgekeurde remvloeistof uit een goed gesloten container wordt
gebruikt. (De geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Olie of vet op de remschijven vermindert de remwerking.
- Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
- Reinig de remschijven indien nodig met remreinigingsmiddel.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
- Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschre-
ven wijze af.
Info
Ervoor zorgen dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen, omdat remvloeistof
lak aantast.
Voorwerk
- Zijdeksel rechts demonteren. ( pag. 67)
- Framebescherming demonteren. ( pag. 51)
Hoofdwerk
- Voertuig rechtop zetten.
- Schroefdop 1 met membraan 2 en keerring verwijderen.
T04402-10
93
12
REMSYSTEEM
-
Remzadel met de hand naar de remschijf duwen om de rem-
zuiger terug te duwen en erop letten dat er geen remvloeistof
uit het remvloeistofreservoir stroomt, indien nodig afzuigen.
Info
Voorkomen dat bij het naar achteren drukken van
de remzuiger het remzadel tegen de spaken wordt
geduwd.
-
De splitpennen 3 verwijderen, de bouten 4
eruit trekken
J00084-10
en remplaketten verwijderen.
-
Remzadel en remzadeldrager reinigen.
–
Controleren of het veerblad 5 in het remzadel en de
remplaket-glijplaat 6 in de remzadeldrager correct
gemonteerd zijn.
Info
De pijl op het veerblad wijst in de draairichting van de
remschijf.
J00085-10
-
Nieuwe remplaketten plaatsen, bouten 4 erin steken en de
splitpennen 3 monteren.
Info
Remplaketten altijd per set vervangen.
Erop letten dat de ontkoppelingsplaat 7 aan het
remplaket aan de zuigerzijde gemonteerd is.
-
Rempedaal meerdere keren bedienen tot de remplaketten
tegen de remschijf zitten en er een drukpunt aanwezig is.
J00088-10
- Remvloeistofpeil tot markering A corrigeren.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 ( pag. 142)
- Schroefdop 1 met membraan 2 en keerring monteren en
vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met
water afspoelen.
T04401-01
Nawerk
- Framebescherming monteren. ( pag. 52)
94
REMSYSTEEM 12
- Zijdeksel rechts monteren. ( pag. 67)
95
13
WIELEN, BANDEN
13.1
Voorwiel demonteren
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Remzadel met de hand naar de remschijf duwen om de rem-
zuigers naar achteren te drukken.
Info
Voorkomen dat bij het naar achteren drukken van
de remzuigers het remzadel tegen de spaken wordt
geduwd.
J00082-10
- Schroef 1 enkele slagen losdraaien.
- Schroeven 2 losdraaien.
- Op de schroef 1 drukken om de steekas uit de asopname
te schuiven.
- Schroef 1 verwijderen.
A01199-10
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Beschadigde remschijven
verminderen de remwerking.
- Leg het wiel altijd zodanig neer dat de remschijf
niet wordt beschadigd.
- Voorwiel vasthouden en steekas verwijderen. Voorwiel uit de
voorvork nemen.
A01201-10
Info
Remhendel niet bedienen als het voorwiel is gede-
monteerd.
- Afstandsbussen 3 verwijderen.
A01188-11
96
WIELEN, BANDEN
13
13.2
Voorwiel monteren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Olie of vet op de remschijven vermindert de remwerking.
-
Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
–
Reinig de remschijven indien nodig met remreinigingsmiddel.
-
Wiellager controleren op beschadiging en slijtage.
» Als het wiellager beschadigd of versleten is:
- Wiellager voor vervangen.
-
Radiale keerringen 1 en loopvlakken A van de afstands-
bussen reinigen en invetten.
Duurzaam vet ( pag. 143)
-
Afstandsbussen erin zetten.
A01188-10
-
Steekas reinigen en licht invetten.
Duurzaam vet ( pag. 143)
-
Voorwiel positioneren en steekas erin zetten.
Remplaketten zijn correct gepositioneerd.
-
Schroef 2 monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef steekas
M20x1,5
35 Nm
voor
-
Remhendel meerdere keren indrukken tot remplaketten tegen
de remschijf liggen.
-
Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
–
Voorwielrem bedienen en voorvork enkele keren krachtig
A01199-11
inveren.
Vorkpoten worden uitgelijnd.
-
Schroeven 3 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef asopname
M8
15 Nm
13.3
Achterwiel demonteren
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
97
13
WIELEN, BANDEN
Hoofdwerk
-
Remzadel met de hand naar de remschijf duwen om de rem-
zuiger naar achteren te drukken.
Info
Voorkomen dat bij het naar achteren drukken van
de remzuiger het remzadel tegen de spaken wordt
geduwd.
-
Moer 1 verwijderen.
–
Kettingspanner 2 verwijderen. Steekas 3 slechts zo ver
eruit trekken, dat het achterwiel naar voren kan worden
geschoven.
-
Achterwiel zo ver mogelijk naar voren schuiven. Ketting van
het kettingwiel nemen.
Info
Componenten door afdekken tegen beschadiging
beschermen.
H04989-10
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Beschadigde remschijven
verminderen de remwerking.
- Leg het wiel altijd zodanig neer dat de remschijf
niet wordt beschadigd.
-
Achterwiel vasthouden en steekas verwijderen. Achterwiel uit
de achterbrug nemen.
Info
Rempedaal niet indrukken als het achterwiel is gede-
monteerd.
-
Afstandsbussen 4 verwijderen.
F03727-10
13.4
Achterwiel monteren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Olie of vet op de remschijven vermindert de remwerking.
- Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
- Reinig de remschijven indien nodig met remreinigingsmiddel.
98
WIELEN, BANDEN
13
Hoofdwerk
- Wiellager controleren op beschadiging en slijtage.
» Als het wiellager beschadigd of versleten is:
- Wiellager achter vervangen.
- Radiale keerringen 1 en loopvlakken A van de afstands-
bussen reinigen en invetten.
Duurzaam vet ( pag. 143)
- Afstandsbussen erin zetten.
F03728-10
- Steekas reinigen en licht invetten.
Duurzaam vet ( pag. 143)
- Achterwiel positioneren en steekas 2 erin zetten.
Remplaketten zijn correct gepositioneerd.
- Ketting erop leggen.
F03757-10
- Kettingspanner 3 positioneren. Moer 4 monteren, maar
nog niet vastdraaien.
- Controleren of de kettingspanners 3 tegen de stelschroe-
ven 5 liggen.
- Kettingspanning controleren. ( pag. 73)
- Moer 4 vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achter
M22x1,5
80 Nm
Info
Door het grote instelbereik van de kettingspanner
(32 mm) kunnen bij gelijke kettinglengte verschillende
secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners 3 kunnen 180° worden gedraaid.
- Rempedaal meerdere keren bedienen tot de remplaketten
tegen de remschijf zitten en er een drukpunt aanwezig is.
H04990-10
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
99
13
WIELEN, BANDEN
13.5
Bandentoestand controleren
Info
Alleen door Husqvarna Motorcycles vrijgegeven en/of aanbevolen banden monteren.
Andere banden kunnen het rijgedrag negatief beïnvloeden.
Het type, de toestand en de spanning van de banden zijn van invloed op het rijgedrag van de motorfiets.
Het profiel van de banden voor het voor- en achterwiel moet altijd gelijk zijn.
Versleten banden hebben vooral bij natte ondergrond een slechte invloed op het rijgedrag.
Voorwerk
- Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 49)
Hoofdwerk
- Voor- en achterbanden controleren op insnijdingen, voor-
werpen die tijdens het rijden in de band zijn gaan zitten en
beschadigingen.
» Als er insnijdingen of beschadigingen zijn of als er voor-
werpen tijdens het rijden in de band zijn gaan zitten:
- Banden vervangen.
400602-10
- Leeftijd van de banden controleren.
Info
De productiedatum van de banden staat meestal op
het opschrift van de banden en wordt met de laatste
vier cijfers van de DOT aanduiding gekenmerkt. De
eerste twee cijfers wijzen op de week van de produc-
tie en de laatste twee cijfers op het productiejaar.
Husqvarna Motorcycles adviseert de banden te wis-
selen, onafhankelijk van de daadwerkelijke slijtage van
H01144-01
de banden, echter uiterlijk na 5 jaar.
» Als de band ouder is dan vijf jaar:
- Banden vervangen.
Nawerk
- Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 49)
13.6
Bandenspanning controleren
Info
Te lage bandenspanning leidt tot buitengewone slijtage en oververhitting van de band.
Een goede bandenspanning garandeert een optimaal rijcomfort en een maximale levensduur van de
band.
100
|
||
|
|
|